Creatieve industrie in Vlaanderen en Nederland

In het kader van het gastlandschap van Vlaanderen en Nederland presenteren verschillende culturele sectoren uit de Lage Landen zich op de Frankfurter Buchmesse 2016. In dit stuk wordt stilgestaan bij de bijdrage van de zogenaamde creatieve industrie.

}
Frankfurter Buchmesse
Gastland 2016
EN NL DE

Creatieve industrie in Vlaanderen en Nederland

In het kader van het gastlandschap van Vlaanderen en Nederland presenteren verschillende culturele sectoren uit de Lage Landen zich op de Frankfurter Buchmesse 2016. In dit stuk wordt stilgestaan bij de bijdrage van de zogenaamde creatieve industrie. Wat wordt in Nederland en Vlaanderen gerekend tot de creatieve industrie? Hoe is de creatieve industrie georganiseerd? En op welke manier draagt zij bij aan het economische, culturele en specifieker, het literaire veld?

Creatieve industrie en beleid

In 2011 formuleerde de Nederlandse regering het Topsectorenbeleid. Samen met acht andere topsectoren waaronder Water, Agri & Food en Logistiek, is de Creatieve industrie benoemd tot belangrijk aandachtspunt in het streven de kenniseconomie te versterken. De ambitie achter dit beleid is om op deze specifieke terreinen internationaal toonaangevend te zijn en door te dringen tot de top 5 van sterkste kenniseconomieën ter wereld.

Er bestaan veel opvattingen over de afbakening of definitie van de creatieve industrie. De sector beslaat in Nederland grofweg alle ontwerpdisciplines, van architectuur en interactie-ontwerp tot mode en productontwikkeling. Ook de game-, muziek- en reclamesector worden in de breedste benadering tot de creatieve industrie gerekend. In het Vlaams beleid wordt het gehele spectrum van de culturele industrieën (beeldende kunsten, podiumkunsten, muziek, erfgoed), media en entertainment sectoren (audiovisuele industrie, gaming, geschreven media en nieuwe media) tot aan de toegepaste creatieve disciplines (architectuur, design, mode en reclame & communicatie) meegenomen.

Bij het versterken van de sector wordt de nadruk gelegd op het aanjagen van kennisuitwisseling en innovatie. In Vlaanderen is de overheidsorganisatie Flanders DC behelst met de taak om de Vlaamse creatieve economie te versterken, verbinden en promoten in het streven naar meer, sterker en toekomstgericht creatief ondernemerschap. In Nederland brengt netwerkorganisatie CLICKNL verbindingen tot stand tussen onderzoeksinstellingen en het bedrijfsleven. Verder is de Creative Council opgericht als vertegenwoordiging van de sector en strategisch adviesorgaan richting beleidsmakers en als aanspreekpunt voor andere sectoren.

Creatieve Industrie in cultureel perspectief
Naast het dienen van economische belangen zoals omschreven in het Topsectorenbeleid, onderscheidt de Nederlandse creatieve industrie zich van andere landen door de opmerkelijk sterke verbinding met het kunst- en cultuurveld. Zo is in 2012 het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie opgericht dat in opdracht van de Nederlandse regering subsidies verstrekt en programma’s uitvoert ter versterking en verdieping van de ontwerpdisciplines architectuur, vormgeving en digitale cultuur. De focus ligt met name op het ondersteunen van onderzoek en experiment in uiteenlopende projecten en kennisuitwisseling. Door vrije ruimte te creëren voor ontwerpers en makers en verbindingen te leggen met andere sectoren worden innovatieprocessen in gang gezet en versneld. Zo is recentelijk een onderzoekslab gerealiseerd door Benthem Crouwel Architects (bekend van onder meer het Centraal Station in Rotterdam, Stedelijk Museum in Amsterdam en de bibliotheek in Koblenz) en ontwerper Jólan van der Wiel. In het lab wordt op experimentele wijze onderzocht wat de invloed is van natuurkrachten op architectonische ontwerpen en materialen. Hierbij is de artistieke kant van het onderzoek gelijkwaardig gesteld aan het technische aspect, waardoor nieuwe inzichten ontstaan die zich op een interessante manier verhouden tot onderzoek dat op universiteiten plaatsvindt.

Een ander voorbeeld is het toepassen van game-elementen in medische context. Gameontwikkelaars en medisch specialisten doen samen onderzoek naar games die therapietrouw bevorderen voor kinderen met taaislijmziekte, een chronische longaandoening waarvoor dagelijks langdurige ademhalingsoefeningen moeten worden gedaan. Hieruit vloeide de game Wind Tales voort.

 
De ontwikkelaars ontwierpen een eigen blaasapparaat voor de game Wind Tales. Beeld : Vici Medicals.

Samen met de vijf andere Nederlandse cultuurfondsen vormt het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie een laag tussen de overheid en het veld. De fondsen zijn georganiseerd als zelfstandige bestuursorganen en kennen binnen de algemene beleidskaders een grote mate van onafhankelijkheid. Samenwerking tussen de verschillende fondsen wordt aangemoedigd. Met name op het gebied van digitale cultuur liggen kansen. Zo voeren het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en het Nederlands Filmfonds gezamenlijk een regeling uit voor projecten op het gebied van digital storytelling binnen het documentaire genre. Hierbij worden mogelijkheden die nieuwe media bieden, zoals interactiviteit, non-lineariteit en community building, voor het vertellen van verhalen onderzocht. Ook hebben het Nederlands Letterenfonds en het Stimuleringsfonds sinds 2012 een gezamenlijk programma ‘Literatuur op het Scherm’, waarover later meer.


Zonder Handen, poëzie in Virtual Reality, gemaakt door Studio Apvis en dichter Micha Hamel. Beeld: Studio Apvis.

In Vlaanderen werken 26 organisaties uit 12 culturele én creatieve sectoren aan een draagvlak voor de verdere ontwikkeling en professionalisering van de Vlaamse culturele en creatieve sectoren binnen het Overleg Creatieve Industrieën (OCI). Het OCI (onder de coördinatie van Flanders DC) profileert zich daarbij als constructieve en prioritaire gesprekspartner naar de overheid en andere stakeholders toe. Men tracht gezamenlijke behoeften en knelpunten over alle sectoren heen te detecteren, kennisdeling en cross-sectorale samenwerking te bevorderen, en een breed gedragen visie te ontwikkelen op de rol van de creatieve industrieën in de samenleving.

September 2002 ging het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) van start, de opvolger van het Fonds Film in Vlaanderen. Het werd bij decreet opgericht door de Vlaamse regering en valt onder de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de Vlaamse minister van Cultuur, maar handelt als autonoom orgaan. De VAF speelt een significante rol als onafhankelijke bruggenbouwer tussen de overheid en de audiovisuele sector. Vooral de film is tot grote bloei gekomen en zet Vlaanderen ook internationaal op de kaart. In 2011 is het VAF/Gamefonds opgezet om de realisatie van serious en entertainment games te stimuleren. Ook games bestemd voor het leerplichtonderwijs kregen expliciet hun plaats in deze regeling. De FLEGA, de Flemish Game Association groeide hierbij uit tot een belangrijke gesprekspartner.


Winter, mobiele game van Happy Volcano en schrijver Joost Vandecasteele. Beeld: Happy Volcano.









Nieuwe media in de Letteren
Sinds enige tijd maakt het boekenvak internationaal stormachtige ontwikkelingen door. Na honderden jaren van relatieve rust waarin het vak niet wezenlijk veranderde, doorbrak de digitale revolutie de vertrouwde keten van auteur – redacteur – uitgeverij – drukkerij – distributeur – boekhandel – lezer. De gebruikelijke verdienmodellen, auteurscontracten, distributiekanalen etc. kwamen onder druk en de boekverkoop daalde mede door de economische omstandigheden flink. Tegelijkertijd biedt de digitale cultuur de sector perspectief. Producties in de creatieve industrie vergen echter een wezenlijk hoger investeringsniveau dan in het boekenvak gebruikelijk is. Daardoor heeft het literaire veld in de Lage Landen lange tijd terughoudend gereageerd op de nieuwe mogelijkheden.

In 2010 startten het Vlaams Fonds voor de Letteren en het Nederlands Letterenfonds in goed overleg met pilots en stimuleringsregelingen om auteurs en literaire ondernemers ruimte te geven met nieuwe media te experimenteren. Meteen viel de de grote afstand op tussen de literaire wereld en die van de Creative Industrie; onderling lopen de codes en mores ver uiteen.

Het Nederlands Letterenfonds heeft met zijn regeling Digitale literaire projecten inmiddels tientallen projecten ondersteund die zich vlakbij dan wel op het terrein van de Creatieve Industrie bevinden, variërend van kwalitatief hoogwaardige interactieve kinderboekenapps en literaire games, projecten die experimenteren met innovatieve manieren van digitaal lezen, een virtueel Poëzie Museum op het Museumplein van Amsterdam of een algoritme dat lezers lievelingsboeken laat ontdekken buiten de top 100. Sinds vijf jaar verbetert de kwaliteit van aanvragen gestaag. Het Vlaams Fonds voor de Letteren heeft van begin af aan hogere kwaliteitseisen gesteld waardoor de instapdrempel in Vlaanderen hoger was. Dat kan mede verklaren waarom de regeling voor digitale literatuur in Vlaanderen minder goed liep dan in Nederland.

Vanuit de samenwerking tussen het Nederlands Letterenfonds en het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie zijn sinds 2012 verschillende projecten gerealiseerd onder de noemer ‘Literatuur op het Scherm’. Schrijvers en dichters worden in dit programma persoonlijk gematcht aan ontwerpers en programmeurs met als doel de potentie van nieuwe media voor hun vakgebieden te verkennen. De impact van de nieuwe media op het auteursvak is ingrijpend. Co-creatie, interactie, iteratie zijn begrippen die in het ontwerpveld als vanzelfsprekend worden omarmd, maar die in de context van de letteren soms tot (radicale) nieuwe inzichten leiden. Grofweg is er een tweedeling te maken tussen de generaties die niet, en generaties die wel met internet opgroeiden. Terwijl de eerste groep schrijvers experimenteert met de schijnbaar onbegrensde mogelijkheden van de nieuwe media, maakt een aantal jonge schrijvers een tegengestelde beweging en onderzoekt in hoeverre het online-schrijven op papier standhoudt. Trends hierbij zijn vermenging van genres (fictie met non-fictie) en type teksten (romanfragmenten, smsjes, gedichten, blogteksten, Facebookposts, krantenartikelen). Sowieso beperken jonge schrijvers zich niet vanzelfsprekend tot tekst, maar nemen bij het schrijven net zo gemakkelijk geluid en (bewegende) beelden in hun verhaal op.

De razendsnelle opkomst van een gloednieuw medium als Virtual Reality vraagt om een nieuwe benadering van het vertellen van verhalen en het produceren van content. Het medium – hype of niet – stelt fundamentele vragen aan filmmakers, theatermakers en auteurs. Het terrein is onontgonnen, een discours ontbreekt vooralsnog maar ontwikkelt zich met elke nieuwe productie.


Schets van De Opera, een VR-installatie voor HTC Vive van Daniël Ernst (Shoebox Diorama) en dichteres Maud Vanhauwaert. Beeld: Daniël Ernst.


Screenshot van De Opera, VR-installatie voor HTC Vive van Daniël Ernst (Shoebox Diorama) en dichteres Maud Vanhauwaert. Beeld: Daniël Ernst.

Innovatieve literaire projecten op de Frankfurter Buchmesse 2016
Ter inspiratie van het internationale boekenvak hebben de fondsen in samenwerking met andere partners vijf nieuwe projecten ontwikkeld waarin literatuur en innovatie de hoofdrol spelen. Verspreid over de Frankfurter Buchmesse zullen oktober 2016 een drietal Virtual Reality-installaties in première gaan, waarbij bekende literaire schrijvers en dichters uit Nederland en Vlaanderen zijn gekoppeld aan VR-ontwikkelaars uit beide landen. Daarnaast worden twee nieuwe literaire games getoond waarbij gameontwikkelaars en auteurs gezamenlijk de game ontwikkelden. De vijf werken vormen een interessante showcase van state-of-art projecten, en geven een kijkje in de beloftevolle toekomst die de creatieve industrie en de kunsten hebben als ze hun krachten bundelen.



Joris van Ballegooijen en Suzanne Meeuwissen, met dank aan Walter van Andel en Peter de Maegd.

Te zien in Frankfurt Buchmesse 2016 en beschikbaar in het Nederlands, Engels en Duits.
- Winter, mobiele game van Happy Volcano en schrijver Joost Vandecasteele.
- Puzzling Poetry, mobile game van Studio Louter en Lucas Hirsch, met medewerking van de dichters Remco Campert, Miriam Van hee, Lucas Hirsch en Ruth Lasters.
- Tafelgeheim, VR-installatie van Sara Kolster, studio Zesbaans en schrijver Jaap Robben.
- C.a.p.e. Drop-dog, VR-performance van CREW, Chantalla Pleiter en schrijver/dichter Tonnus Oosterhoff.
- De Opera, Shoebox Diarama, VR-installatie van Daniël Ernst en dichter Maud Vanhauwaert, met medewerking van operazangeres Annina Gieré.