Nederlandstalige non-fictie: Universeel en onbegrensd

Non-fictie uit Vlaanderen en Nederland

© Stephan Vanfleteren
}
Frankfurter Buchmesse
Gastland 2016
EN NL DE

Nederlandstalige non-fictie: Universeel en onbegrensd

Nederlandstalige non-fictie: universeel en onbegrensd

door Mireille Berman en Patrick Peeters

Nederlandstalige non-fictie gaat voor een belangrijk deel niet over Nederland of Vlaanderen. Veel non-fictieauteurs schrijven over zaken die zich ver buiten de grenzen afspelen of die zo’n universeel karakter hebben dat ze moeilijk als typisch Nederlands of Vlaams kunnen worden aangemerkt. Waar die sterke internationale oriëntatie vandaan komt is de vraag: uit de traditie als handelsnatie, die altijd al meer open stond voor internationale invloeden, of wellicht uit een gebrek aan een sterk nationaal bewustzijn? Feit is dat Nederlandstalige non-fictieschrijvers ontvankelijk zijn voor internationale kwesties en ideeën.

Een ander opvallend aspect is dat veel Nederlandstalige non-fictie weliswaar wetenschappelijk onderbouwd is, maar niet academisch van toon. Historici, sociale wetenschappers, psychologen, filosofen, economen en antropologen schrijven veelal in een toegankelijke stijl, gericht op een breed publiek van geïnformeerde lezers. Tussen pulp en proefschrift bevindt zich een interessante, brede laag van informatieve, goed geschreven werken, vaak met een persoonlijke invalshoek, en een politieke of maatschappelijke betrokkenheid.

Nederland kan bogen op een langere traditie in het schrijven van non-fictie en de meeste uitgevers zijn weliswaar gevestigd in Amsterdam, maar Vlaanderen werkt op dit moment hard aan het inlopen van die historisch gegroeide verschillen. De focus van enkele nieuwe uitgeverijen in Vlaanderen op non-fictie maakt dat het genre momenteel een van de snelst groeiende is in het Nederlandstalige taalgebied.

De laatste jaren zie je in de boekhandel steeds meer boeken over filosofie, psychologie en ethiek, daarin gestimuleerd door een groot lezerspubliek voor populairwetenschappelijke tijdschriften en krantenbijlagen op dit gebied. Een deel ervan kan worden aangeduid als zelfhulpboeken op niveau; hoe je je problemen kunt oplossen met behulp van Socrates, en een beter mens kan worden met een dagelijkse dosis Spinoza. Ander werk draait meer om de intellectuele verwondering over de kronkelwegen van de geest. Douwe Draaisma, hoogleraar geschiedenis van de psychologie, is gefascineerd door de werking van ons geheugen. Hij schrijft in een prachtige, literaire stijl over vergeten, verdringen en dromen, waarbij hij zijn voorbeelden vaak uit de literatuur haalt. In zijn werk stelt hij vragen die iedereen zich wel eens stelt, zoals: waarom vergeet je belangrijke dingen en onthoud je allerlei onzin? Waarom lijkt het leven zo’n vaart te nemen als je ouder wordt? Zonder aan nuance in te boeten raakt hij met die vragen een snaar bij het grote publiek, dat net als hij verwonderd moet constateren dat het geheugen een onnavolgbaar fenomeen is.

Op het snijvlak van psychologie en ethiek levert een aantal auteurs scherpe maatschappijkritiek met de bedoeling het debat aan te jagen. Paul Verhaeghe, psychiater en hoogleraar, brak door naar een internationaal publiek met zijn boeken Liefde in tijden van eenzaamheid en Identiteit. In zijn recente boek Autoriteit stelt hij vast dat er tegenwoordig veel fout loopt wanneer het gaat over autoriteit. Politiek en religie verloren hun geloofwaardigheid, ouders hebben steeds meer moeite hun kinderen onder controle te houden. De Vlaming Verhaeghe breekt – net als zijn Nederlandse evenknie, ‘filosoof des vaderlands’ Marli Huijer -- een lans voor een nieuwe vorm van autoriteit.

Verder verschijnen er veel sociaal geëngageerde, kritische werken over de uitwassen van het kapitalisme en het oprukkende consumentisme. Boeken over de bankencrisis, de voedselindustrie, de crisis van de democratie, de macht van het grootkapitaal en hoe we daar een duurzaam alternatief voor kunnen verzinnen. Een opmerkelijk succes werd geboekt door Joris Luyendijk met zijn boek Dit kan niet waar zijn. Gebaseerd op zijn blogs geschreven voor de Guardian, werd Luyendijks antropologische impressie van de Londense aandelenbeurs een ongekend groot verkoopsucces – ruim 300.000 verkochte exemplaren – en kreeg het de belangrijkste literaire publieksprijs. In hetzelfde genre is Luuk van Middelaar te vinden, die de afgelopen tien jaar, onder andere als rechterhand van de voorzitter van de Europese Raad Herman van Rompuy, een actieve deelnemer aan het Europees beleid was. Van Middelaar gebruikte zijn ervaringen voor een veelbekroond boek over de geboortestuipen van de Europese Unie De passage naar Europa.
Het politieke onvermogen in België om binnen een redelijke termijn een regering te vormen, deed velen spreken van een crisis van de democratie. In Vlaanderen leidde dat tot een bezinning over hoe het democratische gehalte van de samenleving te verhogen. David Van Reybrouck deed in zijn pamflet Tegen verkiezingen een oproep aan de burger om zijn politieke verantwoordelijkheid te nemen. Markantste idee in zijn pleidooi is om een deel van het parlement te bevolken met burgers die via loting worden aangewezen.

Ook de boeken van onderzoeksjournalist Chris De Stoop, die onderwerpen behandelt als vrouwenhandel en de eerste Belgische vrouwelijke zelfmoordterrorist, zijn bijzonder sociaal geëngageerd. Zijn meest recente titel, Dit is mijn hof, is zijn meest persoonlijke boek. De Stoop gaat terug naar zijn geboortehuis om voor zijn dementerende moeder te zorgen en de familieboerderij onder zijn hoede te nemen. Lyrische passages over het boerenlandschap worden afgewisseld met kritiek op de Europese landbouwpolitiek, de bijbehorende schaalvergroting en de strategieën van de voorvechters van de ‘nieuwe natuur’. De Stoop maakt de enorme druk waaronder de familieboerderij gebukt gaat gaandeweg tastbaar.

Ook geschiedenis blijft een populair genre, met name wanneer de grote verhalen zijn verweven met een kleinere, persoonlijke geschiedenis. Een zeer succesvol voorbeeld is Het pauperparadijs van Suzanna Jansen, die de sporen van haar familie terugzoekt in de pauperkolonies van de negentiende eeuw. Even fascinerend weet Geert Mak de lotgevallen van gewone mensen te verbinden met de grote geschiedenis. Mak, van huis uit jurist, schrijft vanuit een diepe sociale bewogenheid steeds weer over de verhouding tussen het gewone volk en de heersende macht. Hij schreef een reeks boeken over Nederlandse, Europese en wereldgeschiedenis, en brak door met zijn internationale bestseller In Europa. In Reizen zonder John volgt hij vijftig jaar na dato John Steinbeck op zijn reis door de Verenigde Staten, terwijl hij met zijn nieuwste boek weer op Nederlandse bodem terugkeert. In De levens van Jan Six richt hij zijn blik op de Nederlandse elite en beschrijft hij de lotgevallen van de Amsterdamse patriciërsfamilie Six door vier eeuwen heen.

David Van Reybrouck schreef met Congo. Een geschiedenis een bestseller die internationale op nationale bekroningen wist te stapelen. In schitterend proza beschrijft Van Reybrouck de pre-koloniale, de koloniale en de postkoloniale periode tot 2010, de vijftigste verjaardag van de Congolese Onafhankelijkheid. Voor dit monumentale boek interviewde hij meer dan 500 Congolezen in Kinshasa en in het binnenland en mengde hij zich in de Afrikaanse diaspora in Europa en China.

In die zin trad hij in de voetsporen van een grande dame in de Nederlandstalige non-fictie, Lieve Joris. In haar boeken over Afrika, China en het Midden-Oosten slaagt deze auteur erin mondiale kwesties zowel inzichtelijk als invoelbaar te maken. Haar meest recente boek, Op de vleugels van de draak, gaat over de Chinese exploitatie van Afrika. In dit wervelende reisverslag wordt duidelijk wat globalisering voor het postkoloniale Afrika betekent.

De Tweede Wereldoorlog is in de Lage Landen al decennialang de episode die het meest tot de verbeelding spreekt en nog altijd een moreel ijkpunt is. Een aantal getuigenissen zijn erg bekend geworden -- allereerst natuurlijk het dagboek van Anne Frank en het werk van Etty Hillesum -- maar ook minder bekende werken zoals van Philip Mechanicus, Nico Rost en Klaartje de Zwarte-Walvisch zijn in vele landen verschenen. Recentelijk wordt het beeld van de Tweede Wereldoorlog verder gecompliceerd. Zo schreef de slaviste Laura Starink met Duitse wortels de geschiedenis van haar moeder en tantes, die opgroeiden in een onderwijzersgezin in Silezië, een uithoek van het Derde Rijk. Starink gaat na hoe deze meisjes na de nazi-periode moesten vluchten voor de Russen, en beschrijft welke sporen dit binnen haar familie heeft achtergelaten. Daarmee doorbreekt ze ook het grote zwijgen over die geschiedenis.

Met Orgelman. Felix Nussbaum. Een schildersleven leverde Mark Schaevers een bijzonder geslaagde biografie van de Duitse kunstenaar Felix Nussbaum, die in 1944 in Auschwitz werd vermoord en wiens werk nu pas zijn plek in de twintigste-eeuwse canon aan het veroveren is. De verkoopcijfers en literaire prijzen onderstrepen het groeiende belang van de biografie, die in het Nederlandstalige gebied een ware hausse beleeft. Ook internationaal wordt dat herkend: zo beleefde Jan Caeyers’ biografie over Beethoven in Duitsland verschillende herdrukken.

Is dit Nederlandse of Vlaamse geschiedenis? Niet per se. De Nederlandstalige non-fictie biedt met zijn veelzijdigheid, breedte en nuances een schat aan goed geschreven, geëngageerde en intelligente analyses.