Romans en narratieve literatuur: Wat jullie te vertellen hebben

Fictie uit Vlaanderen en Nederland

© Stephan Vanfleteren
}
Frankfurter Buchmesse
Gastland 2016
EN NL DE

Romans en narratieve literatuur: Wat jullie te vertellen hebben

Wat jullie te vertellen hebben (Was ihr zu erzählen habt). Over hedendaagse literatuur uit Vlaanderen en Nederland

Door Stefan Wieczorek

Dit jaar zijn Vlaanderen en Nederland voor de tweede keer gezamenlijk eregast van de Frankfurter Buchmesse. De eerste keer was in 1993, toen het optreden op de boekenbeurs resulteerde in een enorme opleving van de Nederlandstalige literatuur in het Duitse taalgebied en daarbuiten. De populariteit van Nederlandstalige auteurs heeft sindsdien ook standgehouden. Met zo’n 250 in het Duits vertaalde titels (bellettrie, kinder- en jeugdboeken, non-fictie en poëzie) zal er in 2016 een nieuw record worden gevestigd.

Aan de wieg van dit succes stonden met name Harry Mulisch (1927-2010) en Cees Nooteboom (1933) met enkele boeken die ondertussen klassiekers geworden zijn, zoals de roman De ontdekking van de Hemel van Mulisch, Nootebooms novelle Het volgende verhaal en enkele jaren later zijn Berlijn-roman Allerzielen. De duurzame populariteit van de Nederlandstalige literatuur berustte echter niet op afzonderlijke titels, maar op de stevige positie van een generatie schrijvers waarvan de nieuwe werken vaak snel in het Duits verschijnen. Naast de twee boegbeelden Mulisch en Nooteboom gaat het daarbij bijvoorbeeld om Adriaan van Dis (1946), Anna Enquist (1945), Maarten ’t Hart (1944), A.F.Th. van der Heijden (1951), Margriet de Moor (1941), Connie Palmen (1955) en Leon de Winter (1954).

Ondanks alle verschillen tussen deze auteurs ontstond er toch een tamelijk duidelijk beeld van wat de Nederlandstalige literatuur kenmerkte. Hier trad een generatie auteurs naar voren die in de eerste plaats wilde vertellen, over het algemeen intelligent en met diepgang, zonder kunstmatig te worden, en altijd in dienst van het verhaal. Romans die zich onderscheiden door een sterk gevoel voor actualiteit, en ook voor het dagelijkse leven, met gevarieerde, realistische verteltechnieken en boeiende, onderhoudende verhalen. Dit vond plaats in een tijd, begin jaren ’90, toen er van de Duitstalige literatuur juist meer voeling met de samenleving werd verlangd, evenals een terugkeer naar het narratieve domein. Het leek erop dat vooral de literatuur uit Nederland hieraan voldeed. Het concept van realisme in de Nederlandstalige literatuur gaat soms zo ver dat de grenzen tussen fictie en autobiografie worden opgeheven waardoor er zeer persoonlijke, intieme boeken ontstaan. Maar de literatuur van de buren betekende voor de Duitse lezer ook een confrontatie met het eigen nationale verleden en de gruwelen van het Derde Rijk, niet in de laatste plaats door de dagboeken van Anne Frank, maar ook door romans als De tweeling van Tessa de Loo.

In de afgelopen jaren hebben zich enkele jongere schrijvers gevoegd bij de bovengenoemde auteurs die regelmatig in het Duits verschijnen, zoals Gerbrand Bakker (1962), Arnon Grünberg (1971), Erwin Mortier (1965), Dimitri Verhulst (1972) en Tommy Wieringa (1969). De Nederlandstalige literatuur was en is geen voortzetting van een strandvakantie met narratieve middelen, en dat voert naar het meest verbazingwekkende aspect van haar populariteit. Hier waren geen bekende, (en soms ook geliefde) Nederlandse clichés om te herontdekken. In plaats daarvan werd er een andere, stedelijke en moderne literatuur gepresenteerd met veel aandacht voor maatschappelijke ontwikkelingen en de positie van het individu in een veranderende werkelijkheid.

Kennelijk is de complexe familieroman bij uitstek voor dit doel geschikt. Deze vorm beleeft momenteel een renaissance, ook omdat hij de mogelijkheid biedt om heel verschillende thematische accenten aan te brengen. Saskia de Coster (1976) observeert in Wij en ik op scherpe wijze het leven, en de vervorming ervan, in een Belgische villawijk aan het einde van de 20ste eeuw, en dan met name de worsteling om in deze omgeving een eigen weg te vinden. Dimitri Verhulst vertelt in zijn rauwe boek Kaddisj voor een kut (verschijnt in Duitsland in september 2016), dat de voortzetting is van De helaasheid der dingen, over het opgroeien in een tehuis en het verval van een gezin. Stefan Brijs (1969) heeft met Maan en zon een vader-zoon-verhaal geschreven over meerdere generaties op de Nederlandse Antillen. Opzien baarde Woesten, het debuut van Kris van Steenberge (1963), een familieroman die tegen de achtergrond van de Eerste Wereldoorlog in de Belgische provincie speelt.

Al terugblikkend valt op dat er de laatste jaren steeds meer Vlaamse auteurs in het Duits worden uitgegeven. Een reden zou kunnen zijn dat enkele van de belangrijkste hedendaagse Vlaamse auteurs stilistische wegen inslaan die niet overeenkomen met het traditionele beeld van de Nederlandstalige literatuur. Van de Frankfurter Buchmesse 2016 mag dan ook enige bijstelling van dit stereotype worden verwacht. Tot de literaire zwaargewichten die eindelijk (of eindelijk weer) in het Duits verschijnen behoort Yves Petry (1967). In het middelpunt van zijn roman De maagd Marino staat een geval van vrijwillig kannibalisme tussen twee mannen. Het boek is een zeer indringend en psychologisch trefzeker meesterstuk. Peter Verhelst (1962), een van de meest experimentele vertellers, gaat in De kunst van het crashen uit van een eigen geweldservaring, namelijk een dramatisch auto-ongeluk. Hij onderzoekt de mogelijkheden om een gebeurtenis die iemands realiteit zo ernstig aantast op een adequate manier literair-narratief te behandelen. Als derde Vlaamse auteur in dit rijtje van in eigen land zeer bekende stilisten moet Peter Terrin (1968) worden genoemd. Van hem verschijnt de korte roman Monte Carlo, met als uitgangspunt een ongeluk op het race-circuit.

En de jongste generatie? In Vlaanderen en Nederland wordt volop gediscussieerd over wie de nieuwe toonaangevende schrijvers van de vroege 21ste eeuw zijn. Een hele stoet jonge romanciers verschijnt nu voor het eerst in het Duits: Mano Bouzamour (1991), Daan Heerma van Voss (1986), Thomas Heerma van Voss (1990), Wytske Versteeg (1983), Joost de Vries (1983) en Niña Weijers (1987). Bij deze generatie is het onder meer de vraag met welke blik zij naar de geschiedenis van de 20ste eeuw kijkt (vooral de Tweede Wereldoorlog) en hoe de auteurs zich in hun boeken hiermee onderscheiden van vorige generaties. Zo speelt Joost de Vries een virtuoos spel met fictie en realiteit. In zijn roman De republiek zit een jonge wetenschapper achter de nalatenschap van zijn mentor aan, een deskundige op het terrein van de “Hitler-studies”. Hij raakt verwikkeld in de valkuilen van een deels absurd wetenschapsbedrijf. Volgend jaar verschijnt de Duitse vertaling van De laatste oorlog van Daan Heerma van Voss, waarin op radicale wijze wederom de vraag wordt opgeworpen hoe men over de holocaust en het Derde Rijk kan schrijven. De hoofdfiguur is een schrijver met een langjarig writer’s block die getuigenissen uit de oorlog gaat vervalsen.

Ook de jonge schrijvers gebruiken moderne familiebanden als thema, vooral de problematische aspecten ervan. Niña Weijers doet dit in haar coming-of-age-roman De consequenties en Thomas Heerma van Voss in Stern. Hierin vertelt hij over een vroeg gepensioneerde leraar die de balans van zijn leven opmaakt en over de relatie met zijn uit Korea afkomstige geadopteerde zoon. In Boy van Wytske Versteeg gaat een moeder op zoek naar de oorzaak van de dood van haar adoptiefzoon, die na een klassenuitje levenloos op het strand wordt gevonden.

Er is waarschijnlijk geen andere ‘kleine’ taal zo goed vertegenwoordigd op de Duitse boekenmarkt. Dit komt mede omdat talrijke Duitstalige uitgeverijen, literair agenten en vertalers goed in de gaten houden wat er aan nieuwe titels in het Nederlands verschijnt. Is de Frankfurter Buchmesse van 2016 daarmee een mooi weerzien met een oude bekende die men uit het oog is verloren? In de jaren ’90 stond de Nederlandstalige literatuur ook voor een ander levensgevoel, dat misschien nog het best tot uitdrukking kwam in de anarchistische, bandeloze romancyclus van A. F. Th. van de Heijden, De tandeloze tijd. Sinds de millenniumwisseling bracht het consensus-gerichte poldermodel nieuwe ideeën voort over leven en werken in de 21ste eeuw, bijvoorbeeld over de omgang met werktijden, stadsplanning en architectuur. De herinnering aan het Nederlandse paviljoen op de Expo 2000 dringt zich op. De Belgische hoofdstad Brussel is sinds lang synoniem met de Europese Unie. Deze maatschappelijke veranderingen en nieuwe visies zijn ook doorgedrongen tot de Nederlandstalige literatuur, bijvoorbeeld in de vorm van nieuwe leefwijzen, individuele ontplooiingsmogelijkheden, relatievormen, voorstellingen over ouderdom en biografieën. En dan minder als expliciete thema’s dan als sociaal-culturele onderstroom.

De literatuur in Vlaanderen en Nederland is echter meer dan een laboratorium voor manieren om samen te leven. Ze moet zich nu al bezighouden met de conflicten en desillusies van de vroege 21ste eeuw, zoals de moorden op de rechts-populistische Pim Fortuyn en de islamcriticus Theo van Gogh, die zijn verwerkt in de roman VSV of Daden van onbaatzuchtigheid van Leon de Winter. In België is het samenleven van Walen, Vlamingen en Duitstaligen een eeuwigdurend, vaak breekbaar experiment, waarover steeds weer opnieuw onderhandeld moet worden. De falende integratie van veel jonge migranten uit zich in geweld en radicalisering, wat de Vlaams-Marokkaanse schrijver Fikry El Azzouzi (1978) beschrijft in zijn roman Drarrie in de nacht. In De belofte van Pisa, een coming-of-age-roman, schetst de Nederlands-Marrokaanse schrijver Mano Bouzamour (1991) een moeizame jeugd tussen twee culturen in Amsterdam. Kader Abdolah (1954), een Iraanse schrijver in ballingschap die in het Nederlands schrijft, vertelt in De Kraai over de aankomst in Nederland. Migratie is ook het thema van de meerstemmige, labyrintische roman La Superba van Ilja Leonard Pfeijffer, die zelf naar Italië is geëmigreerd en het verhaal vertelt van Afrikaanse vluchtelingen die zijn gestrand in de havenstad Genua. Vluchtelingen spelen eveneens een centrale rol in Tommy Wieringa’s parabel Dit zijn de namen.


Cartografie

Het eerste deel van dit essay behandelde het optreden van Vlaanderen en Nederland als eregast op de Frankfurter Buchmesse in 1993, de hierop volgende hausse aan Nederlandstalige literatuur en haar actuele trends en auteurs. In dit tweede deel worden de thema’s en kernpunten van de nieuwe publicaties kort uiteengezet. Abstracts van de afzonderlijke boeken en andere publicaties staan in de lijst met nieuwe titels (Neuerscheinungen) op: http://www.buchmesse.de/de/ehrengast/

Bij enkele Duitstalige titels gaat het op dit moment nog om werktitels, die soms letterlijk uit het Nederlands zijn vertaald. En ook buiten de hier gepresenteerde thematiek en kernpunten valt nog veel te ontdekken. Nieuwe, uit het Nederlands vertaalde publicaties kunnen via de volgende link worden bekeken:
https://letterenfonds.secure.force.com/vertalingendatabase/search

Nieuw werk van hedendaagse klassieke Nederlandstalige auteurs – bijna alle schrijvers die sinds de Buchmesse van 1993 gevestigde namen in de Duitstalige wereld zijn, komen in de loop van dit jaar met nieuw werk. Van Harry Mulisch, die in 2010 overleed, verschijnt een vroeg werk in een nieuwe vertaling.

  • Adriaan van Dis: Das verborgene Leben meiner Mutter (oorspronkelijk: Ik kom terug) Droemer Knaur. Vertaald door Marlene Müller-Haas.
  • Anna Enquist: Streichquartett (oorspronkelijk: Kwartet) Luchterhand. Vertaald door Hanni Ehlers.
  • A.F.Th. van der Heijden: Das Biest (oorspronkelijk: De helleveeg) Suhrkamp. Vertaald door Helga van Beuningen.
  • Maarten ’t Hart: Magdalena (oorspronkelijk: Magdalena) Piper. Vertaald door Gregor Seferens.
  • Margriet de Moor: Schlaflose Nacht (oorspronkelijk: Op het eerste gezicht) Hanser. Vertaald door Helga van Beuningen.
  • Harry Mulisch: Schwarzes Licht (oorspronkelijk: Het zwarte licht) Klaus Wagenbach. Vertaald door Gregor Seferens.
  • Cees Nooteboom: Turbulenzen (oorspronkelijk: Rode regen) Klaus Wagenbach. Vertaald door Helga van Beuningen.
  • Cees Nooteboom: 533 Tage, Berichte von der Insel, Suhrkamp. Vertaald door Helga van Beuningen.
  • Connie Palmen: Du sagst es (oorspronkelijk: Jij zegt het) Diogenes. Vertaald door Hanni Ehlers.
  • Leon de Winter: Geronimo (oorspronkelijk: Geronimo) Diogenes. Vertaald door Hanni Ehlers.

Anthologieën en themanummers van literaire tijdschriften maken het dit jaar mogelijk om een groot aantal auteurs te leren kennen aan de hand van compacte teksten. De anthologieën Amsterdam en Wär mein Klavier doch ein Pferd bevatten onder meer klassieke teksten uit de 20ste eeuw. In Wär mein Klavier staan overigens uitsluitend vrouwelijke auteurs. De overige publicaties zijn vooral gewijd aan hedendaagse literatuur.
  • Amsterdam. Eine Stadt in Geschichten DTV. Samengesteld door Victor Schiferli
  • Bojen & Leuchtfeuer. Neue Texte aus Flandern und den Niederlanden Themennummer der Horen. Wallstein. Samengesteld door Stefan Wieczorek.
  • Wär mein Klavier doch ein Pferd. Erzählungen aus den Niederlanden Edition fünf. Samengesteld door Doris Hermanns.
  • Willkommen zurück. Dossier der Literaturzeitschrift Ostragehege. Maart 2016. Samengesteld en vertaald door Stefan Wieczorek.

Familieromans als brandpunten van maatschappelijke en culturele veranderingen vieren op dit moment hoogtij in de Nederlandstalige literatuur:
  • Stefan Brijs: Taxi Curaçao (oorspronkelijk: Maan en zon) BTB. Vertaald door Stefanie Schäfer.
  • Diane Broeckhoven: Was ich noch weiß (oorspronkelijk: Wat ik nog weet) C.H. Beck. Vertaler onbekend.
  • Saskia de Coster: Wir und ich (oorspronkelijk: Wij en ik) Tropen. Vertaald door Isabel Hessel.
  • Bram Dehouck: Der Psychopath (oorspronkelijk: Hellekind) BTB. Vertaald door Stefanie Schäfer.
  • Esther Gerritsen: Mutters letzte Worte (oorspronkelijk: Dorst) Berlin Verlag. Vertaald door Meike Blatnik.
  • Arnon Grünberg: Muttermale (oorspronkelijk: Moedervlekken) Vertaald door Rainer Kersten.
  • Maarten ’t Hart: Magdalena (oorspronkelijk: Magdalena) Piper. Vertaald door Gregor Seferens.
  • Thomas Heerma van Voss: Stern (oorspronkelijk: Stern) Schöffling und Co. Vertaald door Ulrich Faure.
  • Murat Isik: Das Licht im Land meines Vaters (oorspronkelijk: Verloren grond) Arche. Vertaald door Gregor Seferens.
  • Olga Majeau: Brosamen für den blauen Vogel (oorspronkelijk: Een schitterend isolement) BTB. Vertaald door Andreas Ecke.
  • Griet Op de Beeck: Komm her und lass dich küssen (oorspronkelijk: Kom hier dat ik u kus) BTB. Vertaald door Isabel Hessel.
  • Jaap Robben: Birk (oorspronkelijk: Birk) Ars Vivendi. Vertaald door Birgit Erdmann.
  • Kris Van Steenberge: Verlangen (oorspronkelijk: Woesten) Klett-Cotta. Vertaald door Waltraud Hüsmert.
  • Dimitri Verhulst: Die Unerwünschten (oorspronkelijk: Kaddisj voor een kut) Luchterhand. Vertaald door Rainer Kersten.
  • Wytske Versteeg: Boy (oorspronkelijk: Boy) Klaus Wagenbach. Vertaald door Christiane Burkhardt.

Dwars door alle generaties auteurs heen worden in romans vragen gesteld over ouder worden en doodgaan. Deze thematiek omvat onder meer de omgang met een hoge ouderdom en euthanasie.
  • Hendrik Groen: Eierlikörtage Das Geheimnis des Hendrik Groen, 83 1/4 Jahre (oorspronkelijk: Pogingen iets van het leven te maken) Piper/Pendo. Vertaler onbekend.
  • Maarten Inghels en F. Starik: Das Einsame Begräbnis. Geschichten und Gedichte zu vergessenen Leben (oorspronkelijk: De eenzame uitvaart) Vertaald door Stefan Wieczorek.
  • Sander Kollaard: Stadium IV (oorspronkelijk: Stadium IV) A1 Verlag. Vertaald door Gerd Busse.
  • Dimitri Verhulst: Der Bibliothekar, der lieber dement war als zu Hause bei seiner Frau (oorspronkelijk: De laatkomer) BTB. Vertaald door Reiner Kersten.
  • Thomas Heerma van Voss: Stern (oorspronkelijk: Stern) Schöffling und Co. Vertaald door Ulrich Faure.

Migranten en vluchtelingen: In de Nederlandstalige literatuur komen vaak auteurs met migratie-ervaringen aan het woord, maar ook in andere romans is het onderwerp aanwezig. Soms wordt de vlucht zelf beschreven, en ook integratie is een thema. Verschillende non-fictieboeken bevatten betogen over de geschiedenis, de kansen en de risico’s van immigratie, bijvoorbeeld Winnaars en verliezers van Leo Lucassen en Jan Lucassen, en in Het land van aankomst van Paul Scheffer.
  • Kader Abdolah: Die Krähe (oorspronkelijk: De kraai) Arche. Vertaald door Christiane Kuby.
  • Fikry El Azzouzi: Wir da draußen (oorspronkelijk: Drarrie in de nacht) Dumont. Vertaald door Ilja Braun.
  • Mano Bouzamour: Samir, genannt Sam (oorspronkelijk: De belofte van Pisa) Residenz Verlag. Vertaald door Bettina Bach.
  • Ernest van der Kwast: Der Eismacher (oorspronkelijk: De ijsmakers) BTB. Vertaald door Andreas Ecke.
  • Ernest van der Kwast: Mama Tandoori (oorspronkelijk: Mama Tandoori) BTB. Vertaler onbekend.
  • Ilja Leonard Pfeijffer: Das schönste Mädchen von Genua (oorspronkelijk: La Superba) Aufbau. Vertaald door Rainer Kersten.
  • Tommy Wieringa: Dies sind die Namen (oorspronkelijk: Dit zijn de namen) Hanser. Vertaald door Bettina Bach.

Extreme ervaringen horen sinds mensenheugenis bij de literatuur. Allerlei vormen van geweld en de literaire verwerking ervan zijn thema’s in romans van onder meer Jeroen Brouwers (seksueel misbruik in een jongensinternaat), Yves Petry (kannibalisme) en Peter Verhelst (een ernstig auto-ongeluk).
  • Jeroen Brouwers: Das Holz (oorspronkelijk: Het hout) Weissbooks. Vertaald door Christiane Kuby.
  • Jan Lauwereyns: Monkey Business. Ein Laboraffe erzählt (oorspronkelijk: Monkey business) Axel Dielmann-Verlag. Vertaald door Helga van Beuningen.
  • Myrthe van der Meer: Tiefdruckgebiet (oorspronkelijk: Paaz) Heyne. Vertaald door Barbara Heller.
  • Gustaav Peek: Göttin, Held (oorspronkelijk: Godin, held) DVA. Vertaald door Nathalie Lemmens.
  • Yves Petry: In Paradisum (oorspronkelijk: De maagd Marino) Luftschacht. Vertaald door Gregor Seferens.
  • Peter Terrin: Monte Carlo (oorspronkelijk: Monte Carlo) Berlin Verlag. Vertaald door Christiane Kuby en Herbert Post.
  • Peter Verhelst: Die Kunst des Verunglückens (oorspronkelijk: De kunst van het crashen) Secession. Vertaald door Stefan Wieczorek.
  • Miek Zwamborn: Wir sehen uns am Ende der Welt (oorspronkelijk: De duimsprong) Nagel & Kimche. Vertaald door Bettina Bach.

Kunstenaarsromans: Connie Palmen portretteerde de intense relatie van Ted Hughes en Sylvia Plath in Jij zegt het, waarin ze Hughes aan het woord laat komen. Maar ook zonder historische personages is de kwestie van het artistieke scheppingsproces een van de grote thema’s van de narratieve literatuur.
  • Anna Enquist: Streichquartett (oorspronkelijk: Kwartet) Luchterhand. Vertaald door Hanni Ehlers.
  • Herman Koch: Sehr geehrter Herr M. (oorspronkelijk: Geachte heer M.) Kiepenheuer und Witsch. Vertaald door Christiane Kuby en Herbert Post.
  • Connie Palmen: Du sagst es (oorspronkelijk: Jij zegt het) Diogenes. Vertaald door Hanni Ehlers.
  • Niña Weijers: Die Konsequenzen (oorspronkelijk: De consequenties) Suhrkamp. Vertaald door Helga van Beuningen.
  • Joost Zwagerman: Duell (oorspronkelijk: Duel) Weidle. Vertaald door Gregor Seferens.

De Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog: Met Oorlog en terpentijn van Stefan Hertmans verscheen in 2014 een belangrijke roman over de Eerste Wereldoorlog. Het zijn vooral Vlaamse auteurs die zich bezighouden met “De grote oorlog”. In de Nederlandse literatuur hebben vooral de Tweede Wereldoorlog en de bezetting een vaste plaats in het collectieve geheugen.
  • Stefan Brijs: Post für Mrs. Bromley (oorspronkelijk: Post voor mevrouw Bromley) BTB. Vertaald door Marlene Müller-Haas.
  • Kris Van Steenberge: Verlangen (oorspronkelijk: Woesten) Klett-Cotta. Vertaald door Waltraud Hüsmert.
  • Ernest Claes: Die Mutter und die drei Soldaten (oorspronkelijk: De moeder en de drie soldaten) Die Zwölf. F.W. Cordier. Vertaald door Ingrid en Paul Wolters.
  • Adriaan van Dis: Das verborgene Leben meiner Mutter (oorspronkelijk: Ik kom terug) Droemer Knaur. Vertaald door Marlene Müller-Haas.
  • Kees van Beijnum: Die Zerbrechlichkeit der Welt (oorspronkelijk: De offers) Bertelsmann. Vertaald door Hanni Ehlers.
  • Jan Brokken: Die Vergeltung (oorspronkelijk: De vergelding) Rhoon 1944. Kiepenheuer und Witsch. Vertaald door Helga van Beuningen.
  • Paul Baeten Gronda: Straus Park (oorspronkelijk: Straus Park) Luchterhand. Vertaald door Marlene Müller-Haas.
  • Dola de Jong: Das Feld in der Fremde (oorspronkelijk: En de akker is de wereld) Kunstmann. Vertaald door Anna Carstens.
  • Otto de Kat: Die längste Nacht (oorspronkelijk: De langste nacht) Schöffling & Co. Vertaald door Andreas Ecke.
  • Ariëlla Kornmehl: Alles, was wir wissen konnten (oorspronkelijk: Wat ik moest verzwijgen) Hoffmann und Campe. Vertaald door Marlene Müller-Haas.
  • Daan Heerma van Voss: Der letzte Krieg (oorspronkelijk: De laatste oorlog) DTV. Vertaald door Gregor Seferens.
  • Joost de Vries: Die Republik (oorspronkelijk: De republiek) Heyne. Vertaald door Martina den Hertog-Vogt.

(Post)koloniale literatuur uit Nederland en België hebben wij op zijn laatst echt ontdekt door de verschijning van David Van Reybroucks grote studie Congo: een geschiedenis. Deze literatuur behandelt ook de huidige verwerking van het koloniale verleden in Vlaanderen en Nederland.
  • Maria Dermoût: Erst gestern noch (oorspronkelijk: Nog pas gisteren) DTV. Vertaald door Bettina Bach.
  • Maria Dermoût: Die zehntausend Dinge (oorspronkelijk: De tienduizend dingen) DTV. Vertaald door Bettina Bach.
  • Anne-Gine Goemans: Honolulu King (oorspronkelijk: Honolulu King) Insel. Vertaler onbekend.
  • Hella S. Haasse: Der schwarze See (oorspronkelijk: Oeroeg) Lilienfeld Verlag. Vertaald door Gregor Seferens.
  • Hella S. Haasse: Das indonesische Geheimnis (oorspronkelijk: Sleuteloog) Transit. Vertaald door Birgit Erdmann en Andrea Kluitmann.
  • Eric Schneider: Zurück nach Java (oorspronkelijk: Een tropische herinnering) Insel. Vertaald door Waltraud Hüsmert.

Als thrillerlanden zijn onze westelijke buren op een paar uitzonderingen na voor ons nog terra incognita. Dat zou nu kunnen nu veranderen, vooral met het oog op de “literaire thrillers”, bijvoorbeeld die van het schrijversduo Britta Böhler en Rodney Bolt dat onder de naam Britta Bolt publiceert.
  • Britta Bolt: Das Haus der verlorenen Seelen (oorspronkelijk: Vastberaden) Hoffmann und Campe. Vertaald door Heike Schlatterer.
  • Britta Bolt: Das Büro der einsamen Toten (oorspronkelijk: Heldhaftig) Hoffmann und Campe. Vertaald door Kathleen Mallett en Heike Schlatterer.
  • Lieneke Dijkzeul: In der Stille der Tod (oorspronkelijk: Wat overblijft) DTV. Vertaald door Christiane Burkhardt.
  • Arjen Lubach: Der fünfte Brief (oorspronkelijk: IV) BTB. Vertaald door Marlene Müller-Haas.
  • Nausicaa Marbe: Schmiergeld (oorspronkelijk: Smeergeld) Eichborn. Vertaler onbekend.
  • Anita Terpstra: Anders (oorspronkelijk: Anders) Vertaald door Jörn Pinnow.
  • Simone van der Vlugt: Dir wird nichts geschehen (oorspronkelijk: Morgen ben ik weer thuis) Vertaald door Janine Malz.

In 2016 zal een respectabel aantal klassiekers uit de 20ste eeuw verschijnen. Hierbij ligt het zwaartepunt op (post)koloniale literatuur, maar enkele uitgeverijen maken van de gelegenheid gebruik om nog niet eerder verschenen titels van gevestigde auteurs (onder meer Boon, Hermans en Wolkers) in het programma op te nemen. Ida Simons en Dola de Jong zijn twee schrijfsters die net pas in Nederland opnieuw ontdekt zijn. Met Marcellus Emants is ook een auteur uit de late 19de eeuw vertegenwoordigd. En in zekere zin hoort de zevendelige cult-romancyclus Het bureau van J.J. Voskuil nu al tot de (moderne) klassiekers.
  • Louis Paul Boon: Mieke Maaikes obszöne Jugend (oorspronkelijk: Mieke Maaike’s obscene jeugd) Alexander Verlag. Vertaald door Ilja Braun.
  • Maria Dermoût: Erst gestern noch (oorspronkelijk: Nog pas gisteren) DTV. Vertaald door Bettina Bach.
  • Maria Dermoût: Die zehntausend Dinge (oorspronkelijk: De tienduizend dingen) DTV. Vertaald door Bettina Bach.
  • Marcellus Emants: Ein posthumes Bekenntnis (oorspronkelijk: Een nagelaten bekentenis) Manesse. Vertaald door Gregor Seferens.
  • Hella S. Haasse: Der schwarze See (oorspronkelijk: Oeroeg) Lilienfeld Verlag. Vertaald door Gregor Seferens.
  • Hella S. Haasse: Das indonesische Geheimnis (oorspronkelijk: Sleuteloog) Transit. Vertaald door Birgit Erdmann en Andrea Kluitmann.
  • Willem Frederik Hermans: Unter Professoren  (oorspronkelijk: Onder professoren) Aufbau. Vertaald door Barbara Heller en Helga van Beuningen.
  • Dola de Jong: Das Feld in der Fremde  (oorspronkelijk: En de akker is de wereld) Kunstmann. Vertaald door Anna Carstens.
  • Frans Kellendonk: Buchstabe und Geist. Eine Spukgeschichte (oorspronkelijk: Letter en geest. Een spookverhaal) Lilienfeld. Vertaald door Rainer Kersten.
  • Harry Mulisch: Schwarzes Licht  (oorspronkelijk: Het zwarte licht) Klaus Wagenbach. Vertaald door Gregor Seferens.
  • Nescio: Der Schnorrer und andere Erzählungen (oorspronkelijk: De uitvreter) Suhrkamp. Vertaald door Christiane Kuby en Herbert Post.
  • Ida Simons: Vor Mitternacht  (oorspronkelijk: Een dwaze maagd) Luchterhand. Vertaald door Marlene Müller-Haas.
  • J. J. Voskuil: Das Büro, zeven delen  (oorspronkelijk: Het bureau) Verbrecher Verlag. Vertaald door Gert Busse.
  • Jan Wolkers: Amerikanisch kurz (oorspronkelijk: Kort Amerikaans) Alexander Verlag. Vertaald door Rosemarie Still.

Vertaling uit het Duits: Michiel Nijenhuis