In zee

door Katrien Steyaert

}
Frankfurter Buchmesse
Gastland 2016
EN NL DE

In zee

Residentie, creatie, inspiratie

De Noordzee. Geschiedenis. Cultuur. Dynamiek. Er is zoveel dat Vlaanderen en Nederland met elkaar en met hun buurland Duitsland delen. Het gastlandschap is het uitgelezen moment om in de verf te zetten wat ons bindt. Om te reizen ook: naar nieuwe einders, naar verse woorden en beelden, naar en met elkaar. De tagline is niet toevallig ‘Dit is wat we delen’.

Sinds vorige zomer zijn Vlaamse, Nederlandse en Duitse kunstenaars en schrijvers in beweging. Ze verkennen elkaars kustlijnen en kunststeden, en nemen hun ervaringen mee op hun reis naar de Frankfurter Buchmesse in oktober. Hun projecten staan in het teken van residentie, creatie en inspiratie. Een overzicht.

Universeel
De residentieprojecten zijn geen ijle initiatieven, geen losse drijfsels. Het zijn zeevruchten die groeien op banken die al vele generaties bestaan. De banden tussen het Nederlands Letterenfonds (NLF) en het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL) zijn sterk en jaren oud. Elk jaar resideert een Vlaamse schrijver in Amsterdam en een Nederlandse in Brussel. De Nederlandse Taalunie, het VFL en het NLF beheren daarnaast samen een gastschrijversprogramma. De wisselwerking met Duitsland, bijvoorbeeld via het Literarisches Colloquium Berlin, is evenmin van gisteren.

Het Berlijnse instituut verwelkomde deze lente verschillende talentvolle auteurs uit Vlaanderen en Nederland: Rachida Lamrabet, Bregje Hofstede, Lize Spit, Niña Weijers en Saskia de Coster. Die laatste besprak Wir & ich, de vertaling van haar succesroman uit 2015, tijdens een leesclub in boekhandel Ebertundweber. De Duitse lezers struikelden niet over het Vlaamse karakter van het boek, integendeel, ze prezen de herkenbaarheid, bijvoorbeeld van obsessieve trekjes van de Costers personages. ‘Zo zie je hoe het universele ook in een detail kan zitten’, besloot de schrijfster.

Meer dan ooit
In een gastvrije tegenbeweging ontving het Nederlands Letterenfonds afgelopen winter en lente onder meer de schrijvende historicus Per Leo, Karen Köhler – thuis in theater en illustratie – en journalist en romanschrijver Mirna Funk. In de herfst zet het fonds de deuren van zijn Amsterdamse schrijfplek nog open voor Frank Witzel, winnaar van de Duitse Boekenprijs, en Valerie Fritsch, die haar ideeën vertaalt in woorden en foto’s.

Deze lente verwelkomde Passa Porta, het internationaal literatuurhuis in Brussel, de Duitse Katja Petrowskaja en Eugen Ruge. Eind augustus neemt Eva Menasse, die in Berlijn woont en werkt, haar intrek in Passa Porta’s schrijversappartement. Deze auteurs zijn enkele van de gemiddeld vijftien buitenlandse auteurs die het huis elk jaar uitnodigt voor residenties in België. Het stuurt ook eigen schrijvers uit voor werkverblijven in het buitenland, bijvoorbeeld in New York, Rome en Berlijn.

Er wordt dus al jaren over grenzen gegaan, maar het gastlandschap schakelt nog een versnelling hoger. Meer dan ooit reizen Vlaamse, Nederlandse en Duitse schrijvers en dichters naar elkaars taalgebied, meer dan ooit laten ze zich door elkaars kunst en land inspireren, meer dan ooit denken ze na over de toekomst van literatuur. Ze proberen vormen uit, stellen luidop vragen, zoeken samen naar antwoorden.

Omgekeerde strandjutters
Vooral nieuwe stemmen krijgen een kans. Toen Vlaanderen en Nederland in 1993 voor het eerst gastland waren op de Frankfurter Buchmesse lieten ze Duitsland en de wereld kennismaken met hun grote, literaire tenoren. Ze lieten schatten achter, als omgekeerde strandjutters. Nu is het tijd voor een nieuwe golf, voor jong geweld en frisse ideeën.

In maart van dit jaar vertrok een eerste golf van Nederlandstalige auteurs naar Keulen en Leipzig. Ze behoren tot een nieuwe literaire generatie die in Duitsland minder bekend of nog onbekend is en die fictie, non-fictie, kinderliteratuur, poëzie, strips en graphic novels voortbrengt. Ze gaan allemaal met elkaar in zee.

Residentie: ver-reikende verblijven
Schrijvers uit drie buurregio’s reizen naar elkaars literatuurhuizen. Het zijn meer dan retourtjes, even naar Leipzig of Amsterdam en terug naar huis. Het zijn gelegenheden om te creëren.
Een ander, goed voorbeeld hiervan is het project Dichters aan zee. Drie dichters, een Vlaming, een Nederlander en een Duitser, verbleven twee weken op een kustplek die hen vreemd was. De spitante Els Moors trok naar het eiland Sylt, Erik Lindner – die tegelijk glashelder en raadselachtig dicht – naar Oostende en grote belofte Daniel Falb naar Schiermonnikoog. Ze schreven er nieuwe gedichten, geïnspireerd door de zee. Datzelfde water waarover ze alle drie uitkeken, maar dat aanspoelde op drie verschillende, nieuwe plekken.

‘Reizen naar een nieuwe taal’, zo definieert Els Moors haar poëzie. Haar eerste bundel, er hangt hoge lucht boven ons, is de vrucht van haar tocht van haar geboortegrond in West-Vlaanderen naar Amsterdam, waar ze zes jaar woonde. Later inspireerde Berlijn haar tot proza dat zijn weg vond naar haar tweede, Liederen van een kapseizend paard.

Haar verse zeegedichten worden samen met die van Lindner en Falb gebundeld in een Nederlands-Duitse, bibliofiele uitgave die begin oktober boven de doopvont wordt gehouden bij Vrijstaat O. in Oostende. Lindner zag daar, in de koningin der badsteden, hoeken in de golven, en een lage wind die uit het achterland naar de stad sloop. De Noordzee maakte hem kleurenblind – ‘grijstinten regeren de oppervlaktes’. Hij rook de zoete geur van het brandend zand, de zoute geur van het wier.

Het werk van deze ‘dichters aan zee’ zit ook in de levende, poëtische jukebox in het Forum, het gastlandpaviljoen op de Buchmesse. In een verstilde hoek ervan fluisteren studenten de bezoekers Nederlandstalige zeepoëzie in het oor. En zo zijn deze poëtische residenties opgenomen in een niet-aflatende beweging van eb en vloed.

Staat van de stad
Ook beeldende kunstenaars golven mee. Zes van hen namen afgelopen winter en lente telkens drie maanden hun intrek in drie boeiende steden: Stijn Van Dorpe en Levent Kunt in Rotterdam, Karl Philips en Chislain Amar in Frankfurt, Ani Schulze en Mirte van Duppen in Antwerpen. Ze reageerden en reflecteerden op de dynamiek van hun residentieplek en maakten hun eigen ‘Staat van de stad’.

Zo mobiliseerde Van Dorpe tweehonderd wandelaars om een lang, menselijk lint te vormen door de Rotterdamse Tarwewijk, dwars door voordeuren en achtertuinen. Hij filmde de opmerkelijke tocht en toont een montage ervan op de slotexpositie die hij samen met zijn vijf collega’s in de herfst opbouwt bij de Basis in Frankfurt. Het wordt hun moment aan de vloedlijn. Dat klinkt als een einde, maar het is juist een begin. Geen punt, maar een komma.

Creatie: ontmoeting als voedingsbodem
Na de komma volgt meer, veel meer. Het Vlaams-Nederlands huis deBuren nodigt auteurs en fotografen uit om unieke stadsportretten te scheppen, die het dan beschikbaar maakt als tekst, e-book en podcast. Voor Erik Lindner was het een volgende halte op zijn reis. In juni was hij samen met de jonge Vlaamse auteur Carmien Michels te gast in Münster. Ook de Duits-Kroatische Alida Bremer schrijft deze zomer in en over haar thuisstad, die de Vlaamse fotografe Sofie Knijff dan weer vat in vierentwintig beelden. Maarten van der Graaff, de jonge man achter Vluchtautogedichten, winnaar van de C. Buddingh’-prijs in 2014, strijkt neer in Karlsruhe. Hij doet dat samen met Els Moors en Monika Rinck.

De West-Duitse stad ontvangt deze herfst Art in Europe 1945–1968 Facing the Future, een groots opgezette tentoonstelling die tijdens de zomer te zien is in BOZAR in Brussel. Ze biedt een overzicht van de naoorlogse Europese kunst, en inspireert op haar beurt vier dichters: Peter Verhelst, Monika Rinck en opnieuw Els Moors en Maarten van der Graaff.

Op vraag van BOZAR LITERATURE en het Vlaams-Nederlands Huis deBuren namen zij de schilderijen en beelden over Europa’s heroriëntatie in zich op. Ze keken naar de neerslag van de Umwertung aller Werte, kozen er elk één beklijvend werk uit en probeerden de geest daarvan te vatten in een nieuw gedicht. De oorlog is daarin nooit ver weg, net zomin als het vooruitgangsoptimisme. Tijdens literaire nocturnes in Brussel en in Karlsruhe leiden ze het publiek langs hun favoriete schilderij en dragen ze hun indringende poëzie voor. Die krijgt ook een plaats in de literaire bezoekersgids bij de tentoonstelling.

Ook Armando, beeldend kunstenaar en dichter, draagt bij. Zijn huiveringwekkend prikkeldraadkunstwerk maakt deel uit van Facing the Future; zijn gedicht ‘Pijn’ reikt hij aan als poëtische pendant. Hij neemt deel aan de nocturnes en hernieuwt er zijn pleidooi voor een artistieke praktijk die niet ‘zacht’ is, ‘als het mos tegen de muur van een kerk, niet kerkelijk als een hemeldragonder, maar hemels als een kanon’.

Kunst is was wir teilen
Ook Saskia de Coster, Murat Isik, Suzanna Jansen en Yves Petry slechten de grenzen tussen woord en beeld. Zij kozen in het Museum der bildenden Künste in Leipzig een buste, een geschilderd portret, een industrieel tafereel of een hedendaagse installatie die hen inspireerde tot nieuwe, literaire bespiegelingen of een regelrechte performance.

Er zijn nog talloze musea in Duitsland met prachtcollecties die zich uitstekend lenen voor literaire optredens. In Bonn, Hamburg, Frankfurt en Dresden scheppen in totaal twaalf auteurs nieuwe teksten vanuit hun contact met beeldende kunst. Kunst is was wir teilen. Zo vormt elke residentie, elke ontmoeting een vruchtbare voedingsbodem voor nieuw, grensverleggend en bevlogen werk.

Inspiratie: nieuwe stemmen, nieuwe wegen
Eens een golf zich opricht, wint hij aan kracht. Hij pikt mee wat leeft en kweekt potentieel. Hij zet aan het denken en inspireert met name nieuwelingen die zich vol ontzag voor het eerst op zee wagen.

Onder de noemer ‘Drift’ gaan in jeugdtheatercentra in Vlaanderen en Nederland piepjonge makers aan de slag met de poëzie van de Vlaamse Maud Vanhauwaert, bekend van haar gesmaakte bundel Wij zijn evenwijdig uit 2014. Tijdens workshops en opleidingen experimenteren de jongeren met Vanhauwaerts dichtregels en bedenken ze hoe ze die naar de bühne kunnen brengen. Ze gaven al een geslaagde presentatie op het talentenfestival Havenwerk in Deventer en plannen hun bevindingen uit te wisselen met scholen in Berlijn en Frankfurt.

Daar, in Frankfurt, gaat het in oktober swingen. In Künstlerhaus Mousonturm, waar ook het Gastlandcafé onderdak vindt, zullen acht studenten Woordkunst en Creative Writing van Artesis Antwerpen en ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten tonen wat hun denkwerk heeft opgeleverd. Ze verkennen de mogelijkheden van literatuur op het podium. Hoe vertaal je woorden naar de scène? Hoe maak je ze deel van een showcase? In dit geval een showcase van jong talent dat zich beweegt over de volle bandbreedte van de literatuur en dat op zoek is naar vernieuwende vormen en methodes. Ze werken samen met collega-studenten van de afdeling Media & Graphic Design en gaan op een Performing Poetry-tournee langs Antwerpen, Arnhem, Leipzig en Frankfurt. In een bus, met aan boord veel muziek en plannen voor een swingend slotfeestje in de schoot van de Buchmesse, de voorlopige eindbestemming.

Dansen, delen en debuteren
In datzelfde Künstlerhaus strijken zes herfstweken lang topdansers en -performers uit Vlaanderen en Nederland neer. Rosas is erbij, het gezelschap van de wereldvermaarde Anna Teresa De Keersmaker, het Brusselse podiumkunstencollectief Needcompany, de Vlaams-Nederlandse acteursgroep Wunderbaum en choreograaf Jan Martens. Die laatste gaat in Frankfurt aan de slag met zijn format ‘The Common People’, sociaal experiment, workshop, installatie en performance in één. Het ontkoppelt mensen van hun computerschermen en nodigt hen uit tot fysieke ontmoetingen. Martens zal met tientallen Frankfurters toewerken naar een performance-dag waarop zij in duet gaan met andere stadsbewoners die ze voor het eerst ontmoeten.

Op de Buchmesse spoelt ook STUKschrijven aan, wellicht het krachtigste voorbeeld van jeugdige wisselwerking. HETPALEIS uit Antwerpen en Het Zuidelijk Toneel uit Tilburg organiseerden samen een schrijfcursus waarbij coach Heleen Verburg drie Vlaamse en twee Nederlandse auteurs inwijdde in de discipline jeugdtheater, die ze nog niet in de vingers hadden. Ze laat hen debuteren met nieuwe, korte stukken voor twee auteurs. 

Het zijn scènes, aanzetten, prikkelende pogingen. Dialogen, echt of ingebeeld, tussen pubers of mensen van verschillende generaties. Tussen een opa en zijn kleinzoon, die in een mensenzee terechtkomt. De mensen ‘maken plaats voor hem en strelen hem over de wang wanneer hij passeert. Alle mensen hebben het gezicht van zijn vader’. Tussen een man en een vrouw die zestien jaar na datum emotionele herstelwerkzaamheden uitvoeren. Tussen een jongen met te weinig adem en zijn verzorger Baba, die niet alleen vol verhalen, maar ook vol verborgen verdriet zit.

De teksten zullen in een tweetalige editie verschijnen bij de Nieuwe Toneelbibliotheek, en tot leven worden gewekt. In Staatstheater Mainz vormt dit in oktober het sluitstuk van een heel weekend met kinder- en jeugdtheater uit Vlaanderen en Nederland.

Onderweg legt Fien Leysen, masterstudente Woord aan het Antwerpse Conservatorium, de bewegingen van STUKschrijven vast in een documentaire. Daarin biedt ze de auteurs de kans om te verwoorden wat dit schrijfexperiment voor hen betekent, en geeft ze de jeugdige doelgroep de kans om de nieuwe teksten voor te lezen en door te lichten. De documentaire gaat begin oktober in première in HETPALEIS.

Reikhalzend
Slotsom? Al deze projecten gedijen op kleine schaal, maar hebben een groot potentieel. Het gaat om uitwisselingen die naam waardig. Het zijn uitwisselingen met een neerslag: zeegedichten, fris jeugdtheater, poëzie die de toekomst tegemoet treedt.

Het is nu al reikhalzend uitkijken naar de doorwerking: de schatten die we deze keer zullen achterlaten en de nieuwe die daarna nog zullen aanspoelen. Welke dichters en jongeren zullen in de toekomst in dialoog gaan? Welke schrijvers en kunstenaars zullen terugkeren naar museum, stad en zee? Welke literaire organisaties zullen met de ontstane ideeën aan de slag gaan? Welke nieuwe manieren om literatuur op het podium te brengen zullen ingang vinden?

Eén ding is zeker: residenties behelzen veel meer dan ergens in stilte en eenzaamheid gaan schrijven. Het zijn kansen op hedendaagse kruisbestuivingen die aanstekelijk werken, die meer dan één leven gaan leiden en in de drie taalgebieden langere trajecten aftrappen. Residentie, creatie, inspiratie.