Poëzie: In onze dromen lopen wij op stelten

Poëzie uit Vlaanderen en Nederland

}
Frankfurter Buchmesse
Gastland 2016
EN NL DE

Poëzie: In onze dromen lopen wij op stelten

'In onze dromen lopen wij op stelten'. Poëzie uit Vlaanderen en Nederland

door Stefan Wieczorek

Nederlandstalige poëzie is in Duitse vertaling momenteel sterker aanwezig dan ze jarenlang geweest is. Dat heeft misschien vooral te maken met het feit dat Vlaanderen en Nederland eregast zijn op de Frankfurter Buchmesse 2016 en met de grotere aandacht die daarmee gepaard gaat. De weerklank die de poëzie uit Vlaanderen en Nederland vindt bij Duitse uitgeverijen, tijdschriften en niet in de laatste plaats bij poëziefestivals, laat zien dat hier iets bijzonders te ontdekken valt: originele auteurs, maar ook een poëzielandschap waarin gedichten expliciet hun weg naar een breder publiek hebben gezocht en gevonden.

Poëzie en publieke belangstelling. Nieuwe wegen

De uit Vlaanderen afkomstige literatuurwetenschapper en dichter Geert Buelens vat de algemene situatie van poëzie aan het begin van de 21ste eeuw als volgt samen: 'Poëzie is een oraal en digitaal medium geworden. Je krijgt een her-oralisering van de cultuur: you tube is een literaire institutie geworden! Dat zorgt voor ongekende mogelijkheden. De poëzie verbindt zich met het internet, de sociale media en de visuele technologieën.' Dat is een treffende beschrijving, die echter moet worden uitgebreid met het specifieke, karakteristieke van het Nederlandstalige poëzielandschap. Misschien wordt dat pas goed zichtbaar via de blik van buitenaf: de Nederlandstalige poëzie wordt tegenwoordig niet zozeer bepaald door poëticale programma's als wel door een algemene functieverandering, waarbij in Vlaanderen en Nederland meer publieke belangstelling is gekomen voor literatuur als communicatiemiddel dan in het Duitstalige gebied. En daarmee is niet primair een digitale publieke belangstelling bedoeld, maar een stedelijke, mediale en lokale aanwezigheid, vaak ook een face-to-face tussen dichter en publiek. Oraliteit en performance spelen in de presentatie en receptie van poëzie in Vlaanderen en Nederland een steeds belangrijker rol, zonder dat dat trouwens de gedrukte dichtbundel verdringt.

Deze publieke belangstelling is niet vanzelf ontstaan. Ze is gegroeid met behulp van een groot aantal meestal geïnstitutionaliseerde events en pilot projecten. Talloze steden in Vlaanderen en Nederland hebben inmiddels zogenaamde stadsdichters aangesteld, die de stedelijke, lokale identiteit met poëzie verbinden. Het stadsdichterschap ziet er in elke plaats weer anders uit, de stadsdichters worden gekozen of benoemd en hebben meestal als centrale taak om als een chroniqueur het openbare leven te begeleiden en in het algemeen belangstelling voor poëzie te wekken. Het gaat er echter niet alleen om aandacht te vragen voor gedichten en dichters, maar ook om al doende te ontdekken welke maatschappelijke functies poëzie voor de stad kan vervullen. Gedichten ontwikkelen zich tot een medium om actuele maatschappelijke processen te thematiseren en erover na te denken, er ontstaat een nieuwe vorm van gelegenheidspoëzie. Bovendien is er op nationaal niveau in België en in Nederland altijd een 'dichter des vaderlands' in functie. Instellingen, universiteiten en verenigingen hebben soms een huisdichter, die voor een bepaalde periode hun activiteiten begeleidt. (Dit is een fundamenteel ander concept dan het verblijfsstipendium of de stedenschrijver, het gaat eerder om een soort publiek ambt van chroniqueur en 'poëzie-ambassadeur'.) Tegelijk zijn gedichten in de openbare ruimte, in de architectuur steeds vaker aanwezig. Hoe dan ook wordt regelmatig aan dichters gevraagd gedichten voor bijzondere gelegenheden in het openbare leven te schrijven, bijvoorbeeld voor dagbladen. Zelfs enkele tv-programma's hebben een huisdichter ingevoerd.

Al diverse jaren organiseren enkele poëzie-instellingen in Vlaanderen en Nederland jaarlijks de zogenaamde poëzieweek - in die week komt een groot aantal activiteiten en manifestaties samen, en dat gaat gepaard met veel belangstelling van de media. Elk jaar wordt er een dichter uitgenodigd om een speciaal poëziegeschenk te schrijven, dat in de boekhandels in Vlaanderen en Nederland gratis verkrijgbaar is bij besteding van een bepaald bedrag aan poëzie. Parallel daaraan vinden er honderden optredens en voordrachtsreizen plaats. In die week worden er diverse grote poëzieprijzen uitgereikt, de finale van Poetry Slam vindt plaats en de poëziescene ontmoet elkaar bij het gedichtenbal. Dit alles wordt mogelijk gemaakt door professionals en een netwerk van poëzie-instellingen en ook door een breed landschap van festivals en optredens.

Dichters van de 21ste eeuw. Nieuwe stemmen

De verzamelbundel Polderpoesie. Junge Lyrik aus Flandern und den Niederlanden, die Christoph Wenzel en ik hebben samengesteld, presenteert in twee talen 21 dichters die geboren zijn tussen 1973 en 1988. 'Polders zijn typische landschappen van Vlaanderen en Nederland, de "lage landen". Polders zijn nieuw land dat aan de zee is ontworsteld, en polderpoëzie is poëzie die voortkomt uit nieuw land.' De meeste dichters uit deze bundel hebben in de 21ste eeuw gedebuteerd, en hun generatie heeft de geschetste functieverandering van de poëzie het sterkst ervaren en toont die het duidelijkst. Vertegenwoordigd zijn Jan Willem Anker, Maria Barnas, Tsead Bruinja, Anne Büdgen, Yannick Dangre, Ellen Deckwitz, Annemarie Estor, Andy Fierens, Maarten Inghels, Ruth Lasters, Delphine Lecompte, Thomas Möhlmann, Els Moors, Ramsey Nasr, Ester Naomi Perquin, Alfred Schaffer, Mustafa Stitou, Max Temmerman, Vrouwkje Tuinman, Maud Vanhauwaert en Tom Van de Voorde.
De constatering dat poëzie in Vlaanderen en Nederland populairder is dan in het Duitse taalgebied zou ook snel kunnen omslaan in geklaag over lichtgewicht populaire poëzie enz. Ongetwijfeld verandert de literatuur wanneer het literaire discours zich opent en zich aanpast aan andere mediale omstandigheden en contexten. Literatuur die op voorleespodia wordt voorgedragen moet zich in die situatie mediaal handhaven. Gedichten die in de openbare ruimte zijn geïntegreerd hebben een directe communicatieve functie. De dichters die hier worden gepresenteerd tonen op een verheugende manier dat de keerzijde van de beschreven trends geen versmalling tot anekdotische of geforceerd geestige gedichten hoeft te zijn. In tegendeel, hier treedt een literaire generatie op wier werk origineel en veelzijdig is. Van twee auteurs van deze generatie verschijnen in 2016 ook afzonderlijke bundels in het Duits, Els Moors en Andy Fierens, allebei uit Vlaanderen.

'De gedichten van Els Moors hebben iets ongewoon verfrissends en levendigs', constateert Martin Grzimek in SWR2 naar aanleiding van de bundel Lieder vom Pferd über Bord (Liederen van een kapseizend paard) en van haar scenische, vaak erotische teksten: 'er ligt een vrouw op bed / en het lijkt wel alsof ze gevallen is / kijk die aap eens nadenken daarover / hij zit op haar buik en de schaduwen van de gedachten / van de aap vallen tussen de benen van de gevallen vrouw'. Deze gedichten sleuren ons weg 'uit de gelijkmatigheid van onze waarneming naar de beeldfragmenten die in ons achterblijven, die we vervolgens in raadselachtige dromen opnieuw tegenkomen.' (M. Grzimek).
Els Moors (geb. 1976) heeft ook aan verscheidene vertaalworkshops in Duitsland meegedaan, o.m. aan 'Poesie der Nachbarn' en 'VERSSchmuggel'.

Andy Fierens, ook in 1976 geboren, is een dichter en performer 'die zijn gedichten op het toneel luidkeels uitleeft, waarbij hij echter minder met Poetry-Slam te maken heeft dan met popcultuur, punk en heel veel literaire traditie. Naast verzen die de status van aforismen-van-de-nieuwe-eeuw kunnen hebben, staan underground-elementen als geweld, sex en alcohol - altijd met heel veel taalplezier, woordgrappen en een absurde wijsheid.' (S. Wieczorek, Literatur und Kritik, 2014) Deze typering geldt ook nog voor zijn meest recente bundel, Gambaviecher in fetter Tunke (Wonderbra's en pepperspray) - 'Soms ben ik / zo blij / als een Duitser / die in de goot / een zak / vol umlauten / heeft gevonden // maar meestal niet'.

Met Rodaan al Galidi komt een auteur aan het woord die in Nederland met een roman over zijn jaren in asielzoekerscentra momenteel veel opzien baart. Rodaan Al Galidi is vermoedelijk in 1971 in Irak geboren, daar werden toen geboortedag noch -jaar vastgelegd. Eind jaren '90 vluchtte hij naar Nederland. Hij schrijft in het Nederlands. In zijn bundel Kühlschranklicht (Koelkastlicht) ontmoeten het existentiële en het biografische elkaar, altijd vergezeld van kritiek op de actualiteit en de maatschappij. Soms hebben zijn cyclische teksten trekken van een canto, soms zijn ze kort en diep ironisch: 'Mus, leer me vliegen, / ik leer je gedichten schrijven. / Leer me een nest bouwen, / ik leer je een uitgeverij vinden. / Geef me jouw veren, / ik geef je mijn jas. / Geef me jouw angst, / ik geef je mijn kat. Geef me je tak, / ik geef je mijn slaapkamer. / Mus, geef me jouw leven, / ik geef je mijn kooi.'

De bundel Im Sommer stinken alle Städte ('s Zomers stinken alle steden) geeft ons eindelijk ook inzage in het onmiskenbaar eigen en zeer geprezen werk van Menno Wigman (geb. 1966). Wigman, ooit stadsdichter van Amsterdam, die ook Rainer Maria Rilke, Else Lasker-Schüler en Thomas Bernhard vertaalde, werkt o.m. met alternerende ritmen, assonanties en verschillende rijmvormen, grijpt terug op (neo-)romantiek en modernisme, vaak om het niet-thuis-zijn in de wereld tot uitdrukking te brengen, zoals in 'Kaspar Hauser': 'En nu is Kaspar dood. / En wij, wij leefden hem, beschreven hem in gloedvol / Duits dat niets doorzag. // Breek alle pennen stuk. Tuig elke letter af. / Er is geen taal die troost, / geen woord dat bloost bij Kaspar en zijn hondendood.'

De grotere publieke en steeds meer ook buitenliteraire belangstelling voor poëzie stelt haar ook voor nieuwe uitdagingen. De premisse die daarmee gepaard gaat, dat literatuur niet alleen een esthetische, maar ook een communicatieve, performatieve, politieke, sociale gebeurtenis is, verandert letterlijk de plaats van de poëzie. Zo ontstond in Groningen het concept van de 'eenzame uitvaart', waarbij dichters, als het ware plaatsvervangend voor de maatschappij, mensen die eenzaam zonder familieleden zijn gestorven - ouderen bijvoorbeeld, mensen op doorreis, vluchtelingen, daklozen, drugssmokkelaars - ten grave dragen en bij die gelegenheid een gedicht schrijven dat tijdens de begrafenis door de auteur wordt voorgelezen. Dit literair-sociale project heeft zich in Nederland en Vlaanderen sterk uitgebreid en onder de titel Das einsame Begräbnis (De Eenzame Uitvaart) verschijnt er nu een bundel met verslagen en gedichten van dat indrukwekkende project uit Antwerpen en Amsterdam.

'De poëzie verbindt zich met het internet, de sociale media en de visuele technologieën,' diagnosticeerde Geert Buelens. Zo worden bijvoorbeeld gedichten getransponeerd naar een virtuele werkelijkheid en met een oculus rift waarneembaar gemaakt. Het virtual-reality-project 'Lokroep' van dichter en componist Micha Hamel (geb. 1970) en visueel kunstenaar Demian Albers (geb. 1983) werd door Studio APVIS in het Duits gerealiseerd en was bijvoorbeeld op de Leipziger Buchmesse 2016 te horen en te zien. Hier voel je dat Vlaanderen en Nederland traditioneel een bolwerk van de grafische kunsten zijn. Dat wordt ook duidelijk in de 'graphic poems', de grafische omzettingen van gedichten, als stripverhaal of illustratie. Het literaire tijdschrift Die Horen illustreert zijn themanummer 'Bojen & Leuchtfeuer. Neue Texte aus Flandern und den Niederlanden' met zulke grafische gedichten. Das Buch Hauser (Het boek Hauser) van dichters en beeldend kunstenaars Annemarie Estor (geb. 1973) en Lies Van Gasse (geb. 1983) is het resultaat van een intermediale samenwerking, het Duitstalige E-tijdschrift Caleidoscoop heeft een dossier aan het project gewijd. Ook Rosalie Hirs (geb. 1965) is zowel componist als dichter. Zij houdt zich o.a. bezig met digitale poëzie en interactieve gedichten. Een selectie van haar werk zal verschijnen onder de titel Gestammelte Werke (Gestamelde werken).

Voortgezette gesprekken

Twee- of meertalige vertaalworkshops met Duits- en Nederlandstalige dichters worden de laatste jaren heel regelmatig georganiseerd. Het vertalen vindt in de regel plaats op basis van interlineaire versies en met de hulp van gespecialiseerde vertalers. Verschenen zijn inmiddels de resultaten van de België-week van 'Poesie der Nachbarn' (2011), van 'Dichter übersetzen Dichter' van het Westfaalse literatuurmuseum Haus Nottbeck (2012), van het vertaalproject 'Oder und Rhein' (2013) en ten slotte in dit jaar de bundel VERSSchmuggel. En telkens weer zien deelnemende auteurs daarna kans een eigen dichtbundel in Duitse vertaling te publiceren, zoals Anneke Brassinga en Frans Budé:

Anneke Brassinga (geb. 1948), van wie een bloemlezing in het Duits verschijnt, geldt als de taaltovenares van de Nederlandse poëzie. 'De woordenstroper inspecteert zijn droomvallen', zo heeft ze het creatieve proces eens beschreven. Met name de samenhang tussen vertalen en schrijven heeft deze auteur, die zelf uit verschillende talen vertaalt, herhaaldelijk onderzocht. We kunnen een glimp van haar taalrijkdom opvangen als ze over Rembrandts schilderij schrijft: 'Ik heb het Rood van 't Joodse bruidje lief / ... het broderietje kruip ik over, 't kuise / blozende vergood ik, schroomvol ruisende / de rode gewaden als bijna-dode wingerdbladen / om haar heen [...]'

'En ook die poëzie zelf heeft iets verborgens, een stille wereld van verschuivingen, van bijna geluidloze bewegingen waarin de taal een eigen muziek maakt die bestaat uit een doorzichtig bouwwerk van nuances' - zo omschrijft Cees Nooteboom de poëzie van de Maastrichtse dichter Frans Budé (geb. 1945), wiens grote thema's vergankelijkheid, geschiedenis en natuur zijn. In zijn gedichten wordt de nauwkeurige waarneming van vluchtige ogenblikken gecombineerd met het besef van hun kwetsbaarheid en zijn eigen vergankelijkheid: 'En iedereen op weg, de post reikt brieven aan, / de gemeente veegt de straat. Of dit nu vrede is // wil men horen. Verwonderd lopen de dagen, [...]' De cyclus Handgepäck (Handbagage) is al een paar jaar geleden als monografie verschenen en nu is er een omvangrijke bloemlezing beschikbaar.
De Nederlandse dichter en toneelschrijfster Judith Herzberg (geb. 1934) kan terugzien op een meer dan dertigjarige publikatiegeschiedenis in het Duits. In haar reflecterende teksten hanteert ze meestal een heldere, directe taal en gaat ze vaak uit van alledaagse ervaringen. Voor dit jaar is er een bundel aangekondigd met zeer korte gedichten, 99 Hoplas (111 hopla's). Van Leonard Nolens (geb. 1947), een van de bekendste en meest markante Vlaamse stemmen, is aan het eind van de jaren '90 een Duitstalige bundel verschenen; ook van hem is er een nieuwe publikatie aangekondigd, wat natuurlijk allang had moeten gebeuren.

'Hoezeer de oude dichters gelijk hebben / kwelt, vult de ruimte', schrijft de Vlaamse auteur Max Temmerman (geb. 1975), een van de medewerkers aan de bloemlezing polderpoëzie. Het feit dat Vlaanderen en Nederland dit jaar eregast van de Frankfurter Buchmesse zijn, is ook een uitstekende gelegenheid om terug te blikken en te kijken naar de grote ontwikkelingslijnen van de Nederlandstalige poëzie. Christoph Buchwald heeft 'de honderd mooiste Nederlandse gedichten sinds 1900' bijeengebracht in de anthologie Wir sind abwechselnd Sonne und Meer. Nieuwsgierig mogen we ook zijn naar de herontdekking van Constantijn Huygens (1596-1687), van wie de bundel Augentrost met een nawoord van Ard Posthuma verschijnt. Bepalend voor de Nederlandse poëzie van de 20ste eeuw zijn Hendrik Marsman (1899-1940) en Gerrit Achterberg (1905-1962) geweest - zij worden geëerd in een tweedelige bundel.

Ten slotte: de veelstemmigheid van de Nederlandstalige poëzie

De dichter en poëziecriticus Rob Schouten spreekt met betrekking tot de poëzie uit Vlaanderen en Nederland van een 'eenheid met twee gezichten'.
Vlaamse poëzie ontstaat in een cultureel zeer specifieke context. Die wordt bepaald door de politiek-historische situatie in België. Anderzijds speelt echter voor de literatuur uit Vlaanderen ook de vraag naar de zelfstandigheid ten opzichte van de Nederlandse literatuur en het geworteld-zijn in de eigen, o.a. anvantgardistische traditie een grote rol. In het tijdschrift Poet heb ik de stelling geponeerd dat de verbale en sociaal-culturele identiteit van de Vlaamse dichters juist vorm krijgt in een subtiel gevoel voor het absurde.
Of het echt twee gezichten zijn, of vooral verschillende vormen van mimiek, of toch heel veel gezichten - daarover kunnen we nu een eigen oordeel vormen. Belangrijk is daarbij de vraag: worden de gedichten uit Vlaanderen alleen maar in een zeer specifieke sociaal-culturele situatie geschreven of is die situatie ook in de teksten zichtbaar? Poëzie uit Vlaanderen, poëzie uit Nederland - beide zijn Nederlandstalig en ondanks alle overeenkomsten zoals de geschetste functieverandering van de poëzie in de richting van publieke belangstelling en zichtbaarheid, hebben ze ook elk hun specifieke context. Maar er zijn ook andere, niet minder specifieke contexten, die bijvoorbeeld de ook in het Fries schrijvende Tsead Bruinja inbrengt, de Palestijns-Nederlandse dichter Ramsey Nasr, de in Zuid-Afrika wonende Alfred Schaffer, de Marokkaans-Nederlandse dichter Mustafa Stitou of de uit Irak afkomstige Rodaan Al Galidi - allemaal dichters die in de genoemde bundels en verzamelbundels in het Duits dit jaar en daarna te lezen zullen zijn. De Nederlandstalige poëzie die zich aan ons presenteert, fascineert door haar veelstemmigheid.

Stefan Wieczorek is vertaler, literatuurwetenschapper, presentator en cultuurbevorderaar. Hij woont in Aken. In het kader van deze essayreeks heeft hij al de tweedelige bijdrage Was ihr zu erzählen habt. Zur Gegenwartsliteratur aus Flandern und den Niederlanden geschreven. Voor de Frankfurter Buchmesse van dit jaar verschijnt onder zijn redactie het Nederlands-Vlaamse themanummer 'Bojen & Lichtfeuer' van het literaire tijdschrift Die Horen, en samen met Christoph Wenzel de bloemlezing Polderpoesie. Junge Lyrik aus Flandern und den Niederlanden.

************************************

Bij dit essay heeft de auteur geput uit diverse teksten die hij eerder schreef, om te beginnen uit 'Öffentlichkeit! Junge Lyrik in Flandern und den Niederlanden' in: Stefan Wieczorek und Christoph Wenzel (red.), Polderpoesie, p.363-371; 'Neue Poesie aus Flandern - " ette unser Land liebe Lassie", in: Literatur und Kritik (2014) 487/488, p. 61-68; 'Mit einem feinen Sinn für das Absurde - Poesie aus Flandern' in: Poet 18 (2015), p. 140-145. Het titelcitaat is van Maud Vanhauwaert en is ontleend aan de anthologie Polderpoesie. Junge Lyrik aus Flandern und den Niederlanden. Het citaat van Geert Buelens komt uit het gesprek 'Dit is niet het einde van de poëzie' in: De leeswolf 5 (2013). Rob Schouten heeft zijn essay 'A delta of poetry, open to the world' op 12-11-2014 voorgedragen in het kader van de Poetry-Publishers-Tour in Amsterdam.

Bloemlezingen en themanummers

'Bojen & Leuchtfeuer. Neue Texte aus Flandern und den Niederlanden', red. Stefan Wieczorek, Die Horen 263 (2016).
Christoph Buchwald: Wir sind abwechselnd Sonne und Meer. Die hondert schönsten niederländischen Gedichte, Berlin, Aufbau 2016.
Maarten Inghels & F. Starik, Das einsame Begräbnis, red. en vert. Stefan Wieczorek, Wenen, Edition Korrespondenzen 2016.
Stefan Wieczorek & Christoph Wenzel (red.), Polderpoesie. Junge Lyrik aus Flandern und den Niederlanden, vert. Stefan Wieczorek, Ard Posthuma, Gregor Seferens, Rosemarie Stil & Waltraud Hüsmert, Aken, [SIC]-Literaturverlag 2016.

Dichtbundels

Rodaan Al Galidi, Kühlschranklicht, vert. Stefan Wieczorek, Berlijn, Hans Schiler 2016.
Anneke Brassinga, Fata Morgana, dürste nach uns, vert. Ira Wilhelm, Berlijn, Matthes & Seitz 2016.
Frans Budé, Gedichte, vert. Stefan Wieczorek, Berlijn, Edition Rugerup 2016
Andy Fierens, Gambaviecher in fetter Tunke, vert. Stefan Wieczorek, Heidelberg, Das Wunderhorn 2016.
Judith Herzberg, 99 Hoplas, vert. Ard Posthuma, Wenen, Edition Korrespondenzen 2016.
Constantijn Huygens, Augentrost, vert. Ard Posthuma, Berlijn, Reinecke & Voss 2016.
Rosalie Hirs, Gestammelte Werke, Berlijn, Kookbooks 2016.
Hendrik Marsman & Gerrit Achterberg, Gedichte, vert. Alfred Schreiber, Berlijn, Brueterich Press 2016.
Els Moors, Lieder vom Pferd über Bord, vert. Christian Filips, Berlijn, Brueterich Press 2016.
Leonard Nolens, Bresche, vert. Ard Posthuma, Berlijn, Edition Rugerup 2016.
Menno Wigman, Im Sommer stinken alle städte, vert. Gregor Seferens, Keulen, parasitenpresse 2016.

(Sommige titels kunnen nog werktitels zijn)

Middelnederlandse literatuur

De borchgravinne van Vergi, red. en vert. Amand Berteloot, Geert Claassens & Jasmin Hlatky, Münster, Agenda Verlag 2015 (= Bibliothek mittelniederländischer Literatur, Bd. 8).
Hadewijch, Lieder. Originaltext, Kommentar, Übersetzung und Melodien, red. Veerle Fraeters & Frank Willaert in samenw. met Louis Peter Grijp, vert. Rita Schlusemann, Berlijn, De Gruyter 2016.

Vertaalworkshops

Bianca Boer, Tsead Bruinja, Els Moors und Menno Wigman: Afspraken / Verabredungen, Oelde/Dortmund, Edition Haus Nottbeck 2012.
Hans Thill (red.), Meine schlichten Reisen. Gedichte aus Belgien, Heidelberg, Wonderhorn 2011 (= Poesie der Nachbarn - DIchter übersetzen Dichter, 23).
Kunststiftung NRW (red.), alles ist! alles ist! alles ist nur was es ist. Lyrik an Oder und Rhein. Ein Übersetzungsprojekt, Düsseldorf, Lilienfeld 2013.
Aurélie Maurin & Thomas Wohlfahrt (red), VERSschmuggel / VERSsmokkel. Poesie aus den Niederlanden, Flandern und Deutschland, Heidelberg, Das Wunderhorn 2016.

Dossiers in tijdschriften

Caleidoscoop. Magazin für niederländische Literatur 2 (2016), dossier Annemarie Estor & Lies Van Gasse, 'Das Buch Hauser', vert. Peter Mioch & Stefan Wieczorek.
http://www.caleidoscoop.de/index.php/ausgabe-editie-02-preview.html

'Poesie aus Flandern. Ein Dossier von Hans Thill & Stefan Wieczorek', met gedichten van Paul Bogaert, Tom Van de Voorde, Els Moors en Marc Kregting, vert. Stefan Wieczorek, in: Poet 18 (2015), p. 68-145.

'Gegenwartslyrik aus den Niederlanden', samenst. en vert. Gregor Seferens, met gedichten van Vrouwkje Tuinman, Victor Schiferli, Tsead Bruinja, Ramsey Nasr en K. Michel, in: Park. Zeitschrift für neue Literatur 68 (2015), p. 50-99.

'Willkommen zurück', samenst. en vert. Stefan Wieczorek, met gedichten van Ruth Lasters, Ester Naomi Perquin, Alfred Schaffer en Peter Verhelst, in: Ostragehege 79 (2016), p. 31-51.

Jeroen Mettes, 'Mond. Sushi. Volvo', vert. Ira Wilhelm, in: Schreibheft. Zeitschrift für Literatur 84 (2015), p. 137-162.

'Themenschwerpunkt Flandern' in: kalmenzone 9 (2016).
http://www.kalmenzone.de/wordpress/wp-content/uploads/downloads/2016/05/kalmenzone Heft9.pdf

Virtual Reality

Micha Hamel & Demian Albers, 'Lockruf', vert. Stefan Wieczorek, VR-project.
http://frankfurt2016.com/de/veranstaltungen/virtual-reality-aus-flandern-und-den-niederlanden-demian-albers-micha-hamel-2016-03-19-120000-2016-03-19-123000