Twee landen verenigd door één taal

door Pieter Steinz

}
Frankfurter Buchmesse
Gastland 2016
EN NL DE

Twee landen verenigd door één taal

Hebban olla vogala nestas hagunnan
hinase hic enda thu
wat unbidan we nu?






























Strip: Marcel Ruijters

De geschiedenis van de Nederlandstalige literatuur begint niet met een religieus traktaat of een heldendicht, maar met een versje over de liefde. Je kunt aannemelijk maken dat de auteur, een monnik die in een Engels klooster zijn ganzenveer uitprobeerde, zich met deze frivole woorden heel even ontworstelde aan het keurslijf van het geloof – iets wat vele Nederlandse en Vlaamse schrijvers na hem zouden doen. Je kunt in het zinnetje een aankondiging zien van de voorliefde voor de ‘kopieerlust des dagelijksen levens’ die de literatuur (en de schilderkunst!) van de Lage Landen in de eeuwen daarna zou doordesemen. Maar het is ten minste zo veelzeggend dat de schrijver van het eerste gedicht in het Nederlands een expat was – symbool voor de internationale gerichtheid van de kleine landen aan de Noordzee – en naar alle waarschijnlijkheid afkomstig uit Zeeuws-Vlaanderen, in naam het duidelijkste grensgebied tussen Nederland en Vlaanderen.
Twee landen verenigd door één taal, dat zijn Nederland en Vlaanderen – met respectievelijk zestien en zes miljoen sprekers de op zes na grootste taalgemeenschap van Europa. Staatkundig hebben de Lage Landen niet lang bij elkaar gehoord: een korte periode in de Middeleeuwen en de vroegmoderne tijd, waarna de protestantse noordelijke Nederlanden zich losvochten van het katholieke Habsburgse rijk; plus een jaar of twintig onder Napoleon en Koning Willem I, waarna België onafhankelijk werd. Maar de verbondenheid in taal, formeel bekrachtigd in het Taalunieverdrag van 1980, is al meer dan duizend jaar oud. En hoewel de verschillen in dialect groot zijn, is de literatuur altijd sterk verbonden geweest; niet alleen in de eeuwen vóór de Nederlandse Opstand (1568-1648), die leidde tot een scheiding van de Lage Landen, maar ook daarna.

Vlaamse schrijvers werden door Nederlandse schrijvers beïnvloed en omgekeerd. Willem Elsschot, de 20ste-eeuwse meester van de kernachtig komische stijl (Kaas!), was de peetvader van een hele generatie Nederlandse schrijvers, maar dankte zijn bekendheid aan een Nederlands tijdschrift. De Vlaamse schrijver-schilder Hugo Claus maakte deel uit van de dichtersbent De Vijftigers, en was goed bevriend met zijn Nederlandse collega--Nobelprijskandidaten Harry Mulisch en Cees Nooteboom. Moderne Vlaamse romanciers als Tom Lanoye, Dimitri Verhulst en Peter Terrin publiceren bij Nederlandse uitgeverijen; moderne Nederlandse fictieschrijvers als Herman Koch en Arnon Grunberg zijn populair bij de Vlaamse lezer. En het oude cliché dat de Vlaamse literatuur barok is en de Nederlandse calvinistisch ligt allang aan diggelen. Je hoeft maar een bladzijde van de Nederlander A.F.Th van der Heijden op te slaan om getrakteerd te worden op Rubensiaans taalgebruik; een alinea Elsschot is genoeg om de spaarzaamheid van de kerkinterieurschilder Pieter Saenredam tegen te komen.





























Strip: Pieter Geenen

Misschien nog inniger zijn de historische banden tussen de makers van boeken, de drukkers in de noordelijke en zuidelijke Nederlanden die vanaf de late 15de eeuw uitgroeiden tot de belangrijkste verspreiders van literatuur, theologie en filosofie over Europa. Goed, de boekdrukkunst mag dan ontwikkeld zijn in Mainz, maar het waren steden als Aalst, Amsterdam, Antwerpen, Leiden en Utrecht die bestsellers als de Lof der zotheid van Erasmus en de brieven van Columbus over Europa verspreidden. In de 16de en 17de eeuw domineerden drukkers uit de Nederlanden de Frankfurter Buchmesse – met de katholieke (vooral naar Engeland geëxporteerde) propaganda van de persen van Plantijn, de roofdrukken van Franse dichters en denkers van Elsevier en de zee- en landkaarten van firma’s als Hondius en Blaeu.

De cartografie was bovendien een voorloper van het wetenschappelijk uitgeven dat in de relatief tolerante Republiek der Verenigde Nederlanden tot bloei kwam – een traditie die – getuige oorspronkelijk Nederlandse conglomeraten als Reed Elsevier en Wolters Kluwer en het pionierswerk in e-learning en elektronisch uitgeven – tot op de dag van vandaag voortduurt.

Vijfhonderd jaar na de eerste successen van de laaglandse drukkers in Frankfurt, zijn Nederlandse en Vlaamse uitgevers nog steeds in groten getale vertegenwoordigd op de Buchmesse. De Duitse boekenmarkt is voor Nederlandstalige uitgevers het belangrijkste podium om internationale ambities te etaleren; het aantal vertalingen in het Duits is groter dan die in enig ander taalgebied, wat mede is gegroeid dankzij de Schwerpunkt-presentatie van de Nederlandse en Vlaamse literatuur op de Frankfurter Buchmesse van 1993. Daar staat tegenover dat Duits, voor fictie en non-fictie ook nog steeds een van de meest vertaalde talen op de Nederlandstalige markt is, en dat de hipste initiatieven op literair gebied althans in Nederland zijn getooid met namen als Literaturfest, Nur Literatur en Das Magazin. Duitsland en de Lage Landen hebben een onverbrekelijk sterke literaire band, die al teruggaat tot de 12de eeuw, toen de eerste met naam en toenaam bekende Zuid-Nederlandse dichter, Hendrik van Veldeke, naar het hof van de landgraaf van Thüringen verhuisde om daar zijn minneliederen te schrijven.

De Nederlandstalige literatuur heeft zich sinds Hendrik van Veldeke volgens het Europese patroon ontwikkeld: na de troubadours en de eposdichters (Van den vos Reynaerde!) kwamen de humanisten en de Renaissancedichters; na de grote 17de-eeuwse toneelschrijvers (Vondel en Brederode) de classicisten en de romantici, van wie Hendrik Conscience (De leeuw van Vlaanderen) en Multatuli (Max Havelaar) de bekendste zijn; op de naturalisten en de symbolisten volgden de expressionisten (Paul van Ostaijen, F. Bordewijk) en de (post)modernisten. In de decennia na de Tweede Wereldoorlog werden de Vlaamse en Nederlandse literatuur gedomineerd door een tiental grote namen: Louis Paul Boon, Lucebert, Hugo Claus, Gerard Reve, Willem Frederik Hermans, Jan Wolkers, Hella S. Haasse, Harry Mulisch, Simon Vestdijk, Cees Nooteboom – allemaal schrijvers die niet alleen klassieke romans en dichtbundels publiceerden maar zich ook in het maatschappelijk debat over sociale, politieke en seksuele emancipatie mengden.


Strip: Jeroen Funke




























Strip: Serge Baeken






























Strip: Maaike Hartjes

Anno 2013 hebben de nieuwe fictieschrijvers in Nederland en Vlaanderen zich ontworsteld aan hun grote voorbeelden. De literatuur lijkt bevrijd, anything goes: het autobiografisme van Connie Palmen en Tom Lanoye staat naast de gefantaseerde moraliteiten van Herman Koch en Tommy Wieringa; het moreel geladen absurdisme van Arnon Grunberg, Dimitri Verhulst en Annelies Verbeke naast het poëtisch realisme van Gerbrand Bakker en Erwin Mortier; de migrantenliteratuur van Kader Abdolah en Rachida Lamrabet naast de experimentele laaglandse poëzie van Tonnus Oosterhoff en Peter Verhelst. Maar de Nederlandstalige literatuur behelst meer dan schrijvers van fictie voor volwassenen; ook de non-fictieschrijvers, van Geert Mak tot David Van Reybrouck, zijn internationaal toonaangevend, evenals de Nederlandse en Vlaamse graphic novelists en kinder- en jeugdboekenschrijvers. Brecht Evens en Bernard (Willem) Holtrop wonnen grote prijzen in Angoulême; Guus Kuijer won vorig jaar de Astrid Lindgren Memorial Award en Bart Moeyaert is al jaren dicht bij de Hans Christian Andersen Award. Eigenlijk is er maar één ding dat in de prijzenkast van Nederland en Vlaanderen ontbreekt, en dat is de Nobelprijs voor literatuur.




























Strip: Nix.






























Strip: Peter Pontiac


De afbeeldingen/strips komen uit het boek Mooi is dat! Hoogtepunten van de Nederlandstalige literatuur verbeeld, dat in 2010 voor Uitgeverij De Vliegende Hollander werd samengesteld door Gert Jan Pos.